ECLI:NL:HR:2020:318
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J. Koopman
- E.N. Punt
- P.M.F. van Loon
- L.F. van Kalmthout
- M.E. van Hilten
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt disproportionaliteit toonplicht bij BPM-controle en bewijslastverdeling
Belanghebbende, een autohandelaar, had BPM betaald over een gebruikte auto uit een andere EU-lidstaat en daarbij een waardevermindering wegens schade op basis van een taxatierapport opgevoerd. De Inspecteur legde een naheffingsaanslag op omdat belanghebbende niet voldeed aan de toonplicht om de auto op een aangewezen locatie te tonen, waardoor de schade niet werd erkend.
De Rechtbank stelde een waardevermindering vast en verminderde de naheffingsaanslag. Het Hof oordeelde dat de toonplicht in dit geval disproportioneel was vanwege de hoge transportkosten en dat belanghebbende de waardevermindering met andere bewijsmiddelen moest aantonen. Het Hof stelde de schade hoger vast dan de Rechtbank en verlaagde de aanslag verder.
In cassatie stelde de Staatssecretaris dat het Hof de proportionaliteit verkeerd had toegepast en dat niet voldoen aan de toonplicht gevolgen voor de bewijslast moest hebben. De Hoge Raad verwierp deze stellingen, bevestigde dat de toonplicht niet disproportioneel mag zijn, maar dat het niet voldoen daaraan niet leidt tot verzwaring van de bewijslast of bewijsuitsluiting.
Het incidentele beroep van belanghebbende verviel omdat het principale beroep ongegrond was. De Hoge Raad veroordeelde de Staatssecretaris in de proceskosten en verklaarde het cassatieberoep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag blijft verminderd op basis van het vastgestelde schadebedrag.