Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Uitspraak van 16 november 2023
[X] te [Z] , belanghebbende,
de inspecteur van de Belastingdienst, de Inspecteur,
Procesverloop
Feiten
Oordeel van de Rechtbank
Ambtshalve vermindering
Gerechtshof Den Haag
Belanghebbende verzocht de Inspecteur om ambtshalve vermindering van navorderingsaanslagen en bijbehorende beschikkingen over de jaren 2012 tot en met 2014. Dit verzoek werd afgewezen wegens overschrijding van de wettelijke vijfjaarstermijn. Na afwijzing van bezwaar en een ongegrond verklaard beroep bij de Rechtbank, stelde belanghebbende hoger beroep in bij het Gerechtshof Den Haag.
Het Hof overwoog dat het verzoek om ambtshalve vermindering buiten de vijfjaarstermijn was ingediend en dat deze termijn niet in strijd is met het Unierecht. Ook het argument dat de termijn pas na het arrest van de Hoge Raad in 2021 zou zijn aangevangen, werd verworpen. Het Hof oordeelde dat belanghebbende voldoende gelegenheid had gehad om binnen de wettelijke termijnen bezwaar en beroep aan te tekenen.
Verder werd geoordeeld dat het beginsel van hoor en wederhoor niet was geschonden, aangezien belanghebbende tijdig was uitgenodigd voor de zitting en ervoor koos niet te verschijnen of zich te laten vertegenwoordigen. Het verzoek om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn werd afgewezen omdat de redelijke termijn niet was overschreden en geen bijzondere omstandigheden waren gesteld.
Het Gerechtshof verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de Rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de afwijzing van het verzoek om ambtshalve vermindering wegens overschrijding van de vijfjaarstermijn en wijst de vergoeding van immateriële schade af.