ECLI:NL:HR:2019:1871
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt verschoonbare termijnoverschrijding bij ambtshalve vermindering aanslag inkomstenbelasting
Belanghebbende diende op 30 december 2016 een verzoek om ambtshalve vermindering van de aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (IB/PVV) 2011 in bij een postbusnummer dat niet meer in gebruik was. De brief werd geretourneerd en het verzoek werd opnieuw ingediend, ontvangen op 18 januari 2017. De Inspecteur wees het verzoek af wegens overschrijding van de vijfjaarstermijn.
Het Gerechtshof Amsterdam oordeelde dat de Inspecteur het verzoek niet had mogen afwijzen omdat de indiener niet in verzuim was, aangezien de foutieve adressering niet aan belanghebbende kon worden toegerekend. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en stelde dat artikel 6:11 Awb Pro van toepassing is op verzoeken om ambtshalve vermindering, waardoor een verschoonbare termijnoverschrijding mogelijk is.
De Hoge Raad verklaarde het beroep in cassatie ongegrond en veroordeelde de Staatssecretaris van Financiën in de proceskosten. Hiermee is bevestigd dat een verzoek om ambtshalve vermindering binnen vijf jaar moet worden ingediend, maar dat een verschoonbare overschrijding van die termijn niet tot afwijzing mag leiden als de indiener niet in verzuim is.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de Staatssecretaris wordt veroordeeld in de proceskosten.