Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Uitspraak van 3 november 2022
[X] te [Z] , belanghebbende,
de inspecteur van de Belastingdienst, de Inspecteur,
Procesverloop
Feiten
Article 1 - Appointment of the Representatives
“3. Financials of the Company up to 16 August, 2012
Annex II.
Hof: onleesbaar gemaakt met een handgeschreven aantekening: ‘Advies’]
Hof: zie onder 2.8.4 hiervóór] en in HST 4.3 opgenomen) en op het verslag.”
Hof] [de Limited] zijdelings en in het algemeen aan de orde gesteld. Hoewel ik op dat moment van de afwaardering op de hoogte was heb ik op dat moment en tot het indienen van de aangifte inkomstenbelasting 2012 met [ [G] ] niet over een afwaardering van deze lening gesproken. Nadat mij bekend werd dat de afwaardering van de lening bij het indienen van de aangifte niet aan de orde was geweest is de fiscale duiding daarvan met [inspecteur [E] en inspecteur [F] ] van de Belastingdienst besproken, hetgeen bij brief van januari 2015 aan [inspecteur [F] ] is bevestigd.”
Oordeel van de Rechtbank
De op de zaak betrekking hebbende stukken
Beoordeling van het principale hoger beroep en het incidentele hoger beroep
Proceskosten en griffierecht
Beslissing
- bevestigt de uitspraak van de Rechtbank;
- veroordeelt de Inspecteur tot vergoeding van de door belanghebbende geleden schade, vastgesteld op € 416,67;
- veroordeelt de Staat (de minister voor Rechtsbescherming) tot vergoeding van de door belanghebbende geleden schade, vastgesteld op € 1.583,33;
- veroordeelt de Inspecteur in de proceskosten van belanghebbende ten bedrage van € 3.225,75 (€ 3.036 + € 189,75);
- veroordeelt de Staat (de minister voor Rechtsbescherming) in de proceskosten van belanghebbende ten bedrage van € 189,75; en
- bepaalt dat van de Inspecteur een griffierecht wordt geheven van € 519.