ECLI:NL:HR:2009:BH2586
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C.J.J. van Maanen
- C. Schaap
- A.H.T. Heisterkamp
- M.W.C. Feteris
- Rechtspraak.nl
Vernietiging hofuitspraak over grove schuld bij foute loonbelastingaangifte door adviseur
Belanghebbende, exploitant van een schoonmaakbedrijf met circa zeventig werknemers, kreeg een naheffingsaanslag loonbelasting en een boete opgelegd vanwege onjuiste aangiften over 1999-2000. De aangiften waren verzorgd door een adviseur. De rechtbank verklaarde het beroep deels gegrond, het hof bevestigde dit en oordeelde dat belanghebbende grove schuld had wegens lichtvaardig handelen.
De Hoge Raad stelt dat een belastingplichtige die zich laat bijstaan door een deskundige adviseur in principe niet zelf inhoudelijk de belastingregels hoeft te beheersen en dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom belanghebbende toch grove schuld zou hebben. De brief van de gevolmachtigde aan de adviseur uit 1998, waarop het hof zich baseerde, rechtvaardigt volgens de Hoge Raad niet de conclusie dat belanghebbende de aangiften over 1999-2000 zelf beoordeelde.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest van het hof en verwijst de zaak naar het gerechtshof te 's-Hertogenbosch voor verdere behandeling en beslissing met inachtneming van dit arrest. Tevens wordt het door belanghebbende betaalde griffierecht vergoed.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt hofuitspraak en verwijst zaak terug voor nieuwe beoordeling over grove schuld bij loonbelastingaangifte.