Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Uitspraak van 20 april 2021
[X] te [Z] , belanghebbende,
de inspecteur van de Belastingdienst, de Inspecteur,
Procesverloop
Vaststaande feiten
Oordeel van de Rechtbank
Omschrijving geschil in hoger beroep en conclusies van partijen
Beoordeling van het hoger beroep
Proceskosten en griffierechten
- € 2.933 wegens beroepsmatig verleende rechtsbijstand (inzake de bezwaarfase: 1 punt voor het bezwaarschrift en 1 punt voor het verschijnen bij de hoorzitting met een waarde per punt van € 265 en een wegingsfactor voor het gewicht van de zaak van 1; en inzake de beroeps- en hoger beroepsfase: 1 punt voor het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting in beroep, 1 punt voor het hogerberoepschrift, 0,5 punt voor de conclusie van repliek en 1 punt voor het verschijnen ter zitting in hoger beroep, met een waarde per punt van € 534 en een wegingsfactor voor het gewicht van de zaak van 1);
- € 400 wegens verletkosten van belanghebbende, met welk bedrag de Inspecteur ter zitting in hoger beroep akkoord is gegaan; en
- € 10,60 wegens reiskosten van belanghebbende (reiskosten openbaar vervoer, retour tweede klasse voor twee zittingen à € 2,65 per rit).
Beslissing
- vernietigt de uitspraak van de Rechtbank voor zover deze betrekking heeft op de navorderingsaanslag 2013 en de beschikking belastingrente 2013;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar voor zover deze betrekking heeft op de navorderingsaanslag 2013 en de beschikking belastingrente 2013;
- vernietigt de navorderingsaanslag 2013 en de beschikking belastingrente 2013;
- bevestigt de uitspraak van de Rechtbank voor zover deze betrekking heeft op de navorderingsaanslag 2014 en de beschikking belastingrente 2014;
- veroordeelt de Inspecteur in de proceskosten van belanghebbende tot een bedrag van € 3.343,60; en
- gelast de Inspecteur de betaalde griffierechten van € 178 aan belanghebbende te vergoeden.