ECLI:NL:GHDHA:2020:1539
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- U.E. Tromp
- J.T. Sanders
- W.M.G. Visser
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van BPM-heffing en hoorplicht in hoger beroep tegen uitspraak Rechtbank Den Haag
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van haar bezwaren tegen de BPM-heffing op 210 uit het buitenland ingevoerde personenauto’s. De discussie betrof onder meer de schending van de hoorplicht en het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel, de aftrek van 72% van de getaxeerde schade, het recht op leeftijdskorting en rentevergoeding zonder verzoek.
De rechtbank oordeelde dat de hoorplicht niet was geschonden omdat belanghebbende op 19 februari 2018 de gelegenheid had dossiers in te zien en te bespreken. De aftrek van 72% is gebaseerd op gangbare normen en niet in strijd met artikel 110 VWEU Pro. Belanghebbende kon geen objectieve argumenten aandragen voor een hogere aftrek. Ook het vereiste van voorafbetaling BPM bij registratie is niet in strijd met het Unierecht.
Verder is de overschrijding van de redelijke termijn in bezwaar en beroep vastgesteld, waardoor een immateriële schadevergoeding is toegekend. Het verzoek om prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie werd afgewezen. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.