Uitspraak
1.Onderzoek van de zaak
2.Tenlastelegging
(te weten het Bevrijdingsleger van Tamil Eelam (LTTE)) [zaaksdossier B00] te weten:
a) het voorhanden hebben en/of overdragen van één of meer wapens en/of van munitie van de categorieën II en/of III (zoals bedoeld in artikel 26 lid 1 en Pro 31 lid 1 van de Wet wapens en munitie) (te) begaan met een terroristisch oogmerk en/of met het oogmerk om een terroristisch misdrijf voor te bereiden of gemakkelijk te maken (zoals bedoeld in artikel 55 lid 1 en Pro/of 5 van de Wet wapens en munitie) [zaaksdossier B04] en/of
d) doodslag (te) begaan met een terroristisch oogmerk (zoals bedoeld in artikel 288a van het Wetboek van Strafrecht) [zaaksdossier B07] en/of
2.De nationale criminele organisatie
3.Voortzetting verboden organisatie
5.Opruiing
6.Verspreiding ter opruiing
3.Procesgang
- feit 1.B.a. – voor zover niet in Nederland begaan –;
- feit 1.B.b.;
- feit 1.B.c. – voor zover verband houdend met het gewapend conflict –;
- feit 1.B.d. – voor zover niet in Nederland begaan –; en
- 1.A.,
- 1.B.c. – voor zover geen verband houdend met het conflict–,
- 1.B.d. – voor zover in Nederland begaan –,
- 2 sub a, b, g en h,
4.Hoger beroep
6.Het vonnis waarvan beroep
7.De geldigheid van de dagvaarding
- De tenlastelegging leidt aan innerlijke tegenstrijdigheid van de feiten 1.A. en 1.B. omdat daarin zowel terroristische als andere misdrijven zijn ten laste gelegd, welke naar de mening van de verdediging niet naast elkaar kunnen bestaan.
- De tenlastelegging is wat betreft 1.B. naar de mening van de verdediging partieel nietig wegens innerlijke tegenstrijdigheid ten aanzien van het bestaan van enerzijds een gewapend conflict op Sri Lanka en anderzijds het werven voor de gewapende strijd zonder toestemming van de Koning als bedoeld in art. 205 Wetboek Pro van Strafrecht (hierna ook: Sr), waarop de organisatie het oogmerk zou hebben gehad.
8.Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de vervolging
9.Algemene overwegingen
10.Juridisch kader feiten 1 en 2
ad hoctribunalen – het Joegoslavië tribunaal (hierna ook te noemen: ICTY), het Rwandatribunaal (hierna ook te noemen: ICTR), het Speciale Hof voor Sierra Leone (hierna ook te noemen: SCLC), het Oost-Timortribunaal, het Libanontribunaal en het Cambodjatribunaal – , te meer nu de nationale rechter wordt aangespoord zich voor wat betreft het toepasselijke juridisch kader in belangrijke mate te laten leiden door de rechtspraak van de tribunalen. [17]
grave breachesop de Verdragsbepalingen naar de nationale strafrechtelijke systemen.
[3] Criminal acts intended or calculated to provoke a state of terror in the general public, a group of persons for political purposes are in any circumstance unjustifiable, whatever the considerations of a political, philosophical, ideological, racial, ethnic, religious or any other nature that may be invoke to justify them.”
all-inclusive” definiëring van een terroristische handeling als zijnde een gedraging of handeling bedoeld om de dood van of ernstig lichamelijk letsel te veroorzaken bij een burger, of een ander persoon die niet actief deelneemt aan de vijandelijkheden in een situatie van gewapend conflict, wanneer het doel van die gedraging/handeling, door haar aard of context, is een bevolking te intimideren of een regering of internationale organisatie te dwingen tot het verrichten of het zich onthouden van een handeling.
‘are under no circumstances justifiable’). Meer in het bijzonder betreft het strafbare handelingen, waaronder die tegen burgers, gepleegd met het oogmerk (‘
intent’) de dood of ernstig lichamelijk letsel te veroorzaken of gijzelaars te nemen, met het doel om een staat van terreur te provoceren/veroorzaken, de bevolking te intimideren of tot het dwingen van de regering of een internationale organisatie om bepaalde handelingen te verrichten of zich te onthouden van die handelingen, welke misdrijven vormen die vallen binnen de werkingssfeer van en zoals gedefinieerd in de internationale verdragen en protocollen inzake terrorisme.
opinio jurisis ontstaan dat gewelddadige ‘terroristische’ handelingen ontoelaatbaar zijn en dat ter bestrijding daarvan landen, zo nodig, hun nationale wetgeving moeten aanpassen, hetgeen zoals hiervoor werd overwogen in Nederland tot de invoering van de Wet terroristische misdrijven heeft geleid. Het hof is op basis van de bestudeerde bronnen voorts tot de conclusie gekomen dat er in de internationale gemeenschap een acceptabele en voldoende aanvaardbare definitie van de misdaad van (internationaal) terrorisme bestaat. [41]
Galić, waarin het ICTY voor het eerst een verdachte van terrorisme begaan tijdens een gewapend conflict heeft veroordeeld. [42]
'acts or threats of violence the primary purpose of which is to spread terror'kunnen worden aangemerkt als oorlogsmidaden onder internationaal gewoonterecht. [43] Dit werd bevestigd door de Appeals Chamber die, gelet op de
opinio juris, eveneens tot het oordeel kwam dat een terroristische daad (in ieder geval sedert 1992) in het internationaal recht valt aan te merken als een oorlogsmisdaad. [44]
Galićis in de internationale rechtspraak en literatuur mede bepalend geweest voor de verdere definiëring van terroristische handelingen. Daden van terreur (i.c. begaan tijdens een gewapend conflict, waarop het hof hierna zal ingaan) bevatten een aantal vereisten om als zodanig te worden aangemerkt:
allehiervoor aangehaalde definities van het concept terrorisme of terroristische (mis)daad het element (dreigen met) geweld is opgenomen en dat in (nagenoeg) alle definities een politiek element (motief of doel) wordt genoemd, met als alternatief voor laatstgenoemd doel economische, sociale, religieuze, of ideologische doeleinden. Voorts wordt in nagenoeg alle definities benadrukt dat het veroorzaken van angst in een wijdere kring dan alleen die van de slachtoffers van een aanslag of het beïnvloeden van het algemene publiek een ander wezenlijk element van terrorisme inhouden.
handelingen van strijdkrachten tijdens een gewapend conflictals gedefinieerd in en onderworpen aan het internationaal humanitair recht, noch is het van toepassing op de
handelingen ondernomen door de strijdkrachten van een staat bij de uitoefening van hun officiële taken,voor zover onderworpen aan andere bepalingen van internationaal recht.
Mpambara [53] en daarin genoemde literatuur en uitspraken van de internationale
ad hoctribunalen.
”.
customary law) tijdens een gewapend conflict, onafhankelijk van het feit of de betrokken partijen de desbetreffende verdragen daadwerkelijk hebben aangenomen. [65] Het ICRC commentaar suggereert in dit verband dat “
any difference between two States and leading to the intervention of members of the armed forces is an armed conflict”. [66]
Mpambaraheeft overwogen is er ingevolge de vaste jurisprudentie van de internationale ad hoc tribunalen sprake van een ‘gewapend conflict’ wanneer er toevlucht wordt genomen tot gewapend geweld tussen staten of wanneer er sprake is van langdurig gewapend geweld tussen overheidsinstanties en georganiseerde gewapende groepen of tussen deze groepen binnen een staat. [67] In deze uitleg wordt onderscheid gemaakt tussen enerzijds internationaal gewapende conflicten (gewapend geweld tussen twee of meer staten) en anderzijds de niet-internationaal (intern) gewapende conflicten (gewapend geweld tussen strijdkrachten van een staat en dissidente strijdkrachten of andere georganiseerde gewapende groepen of tussen deze groepen binnen de staat). [68] Of van een gewapend conflict in een concrete strafzaak sprake is, is een feitelijke vaststelling.
Kunaracheeft de Appeal Chamber van het ICTY het aldus overwogen:
mixed character” van het conflict dat in ieder geval uitstijgt boven een louter intern conflict. Dit leidt er volgens de verdediging toe dat het Nederlandse commune strafrecht niet of althans niet zonder meer van toepassing is.
de jureinternationaal gewapend conflict in de zin van art. 1 lid 4 AP Pro I, nu het conflict moet worden aangemerkt als een strijd om zelfbeschikking tegen een racistische Sri Lankaanse overheid. De verdediging beroept zich voorts op een door de LTTE aan de VN en het Rode Kruis verstuurde acceptatieverklaring als bedoeld in art. 96 lid 3 AP Pro I.
grave breaches’, dat niet-internationale gewapende conflicten betreft. Belangrijk onderdeel van dit artikel is dat het onder andere expliciet martelen, onmenselijke behandeling en oneerlijke processen verbiedt. Het kan gezien worden als een soort 'mini' verdrag, binnen de genoemde verdragen.
(‘grave breaches’) van de menselijke waardigheid, zoals o.a. moord, (ernstige) mishandelingen, vernederingen en onterende handelingen en gijzeling. Uit de (vaste) jurisprudentie van de internationale tribunalen blijkt dat gemeenschappelijk art. 3 de Pro status heeft van internationaal gewoonterecht. [81]
Galićwas van oordeel dat het verbod van terreur tegen de burgerbevolking, zoals neergelegd in art. 13 lid 2 AP Pro II (alsmede overigens in art. 51 AP Pro I) behoorde tot het internationaal gewoonterecht van ten minste het moment van de opname ervan in die verdragen [82] en dat ook in het internationaal gewoonterecht individuele strafrechtelijke aansprakelijkheid is gevestigd voor de misdaad van terreur tegen de burgerbevolking, zoals neergelegd in vorengenoemde verdragsbepalingen. [83]
ad hoctribunalen, alsmede het Internationaal Strafhof, in het bijzonder gelet op het georganiseerde karakter van de strijdende (dissidente) groepen en op de duur en intensiteit van het gewapend geweld tussen dergelijke groepen of tussen gouvernementele overheden en een rebellengroep. [84] Bij de beoordeling van de hier eveneens van belang zijnde duur en intensiteit van het conflict is door de tribunalen gekeken naar verschillende factoren zoals: de ernst van de aanvallen en de herhaling ervan, de verspreiding van het gewapend conflict over het grondgebied van de betrokken staat, de mate waarin de verschillende partijen in staat waren om te werken vanuit een territorium dat onder hun controle stond, de toename van het aantal regeringstroepen, de mobilisatie van vrijwilligers en de verspreiding van wapens tussen beide partijen in het conflict, evenals de vraag of het conflict de aandacht had van de VN-Veiligheidsraad en of er over het desbetreffende conflict VN-resoluties zijn aangenomen. [85]
Rajićheeft de Trial Chamber geoordeeld dat ‘
the significant and continuous military action’ van de interveniërende buitenlandse troepen voldoende was om het gewapende conflict te internationaliseren. [94] Ook andere factoren dienen te worden betrokken bij de beoordeling van de (gewijzigde) aard van het conflict na interventie van een andere staat, zoals de omvang en duur van een buitenlandse militaire interventie, de rechtstreekse deelname van de buitenlandse staat aan de vijandelijkheden, de aard van de staat en de bij het conflict betrokken politieke entiteiten en hun erkenning door andere staten. [95]
de jureniet bestaat. [97] De door de verdediging van de verdachte [verdachte 2] – onvolledig – geciteerde passage uit de uitspraak van het Internationale Hof van Justitie in de Nicaragua-zaak uit 1986 die steun zou bieden aan een dergelijke categorisering wordt bovendien uit zijn verband gerukt nu paragraaf 219 van het desbetreffende arrest niet louter betrekking heeft op de Nicaraguaanse
contra’s, maar eveneens betrekking heeft op de inmenging van de Verenigde Staten van Amerika in het conflict. [98]
mixed character” zouden zijn, met name zien op situaties waarbij sprake is van oorlogvoerende bezetting, waar in casu geen sprake van is, zodat ook om die reden het standpunt van de verdediging dient te worden verworpen. [99] Ook overigens acht het hof geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die aan het verdedigingsstandpunt steunt bieden.
de iureinternationaal gewapend conflict in de zin van art. 1 lid 4 AP Pro I, nu het ging om een strijd om zelfbeschikking tegen een racistische Sri Lankaanse overheid. De LTTE dient derhalve te worden aangemerkt als een partij in de zin van AP I. De verdediging beroept zich in dit verband voorts op een door de LTTE aan de VN en het Rode Kruis verstuurde acceptatieverklaring als bedoeld in art. 96 lid 3 AP Pro I. Dit alles dient ertoe te leiden, althans zo begrijpt het hof de verdediging, dat het in die strijd ging om legitieme krijgshandelingen die onder het internationaal humanitair recht niet verboden en daarom naar Nederlands recht niet strafbaar zijn.
a national liberation movement [is], which is presently involved in armed conflict with the Government of Sri Lanka in order to realize the right of the Tamils of Sri Lanka for self-determination on the island of Sri Lanka’. [107] Door de verdediging is voorts gesteld dat blijkens de tekst van die verklaring de LTTE op 24 februari 1988 een kennisgeving heeft gestuurd aan het hoofdkwartier van de Verenigde Naties en aan het Rode Kruis.
belligerent’) te verkrijgen is het noodzakelijk om te beschikken over ten minste internationale rechtspersoonlijkheid (dus onderwerp van internationaal recht zijn) en ook (door de effecten van de oorlog) te zijn onderworpen zijn aan de regels toepasselijk in een gewapend conflict.
de factocontrole uitoefenen over een deel van het grondgebied van een staat. Zoals in dit verband eerder werd overwogen, wordt in art. 1 AP Pro I het toepassingsgebied van het humanitair oorlogsrecht in internationaal gewapende conflicten enigszins uitgebreid. Naast toepassing in internationaal gewapende conflicten, zoals bedoeld in de vier Geneefse Verdragen, is AP I van toepassing in gewapende conflicten waarin volkeren, kort gezegd, vechten o.a. tegen een racistisch regime in de uitoefening van hun recht op zelfbeschikking (art. 1 lid 4 AP Pro I); de zogeheten “bevrijdingsoorlogen”.
ius in bellowordt gemaakt tussen enerzijds combattanten (strijdkrachten) en militaire doelen en anderzijds burgers (niet-combattanten) en burgerobjecten die bescherming genieten.
armed forces’) is gebaseerd op het Reglement uit 1907 behorende bij het Haags Verdrag (IV) nopens de wetten en gebruiken behorende bij den oorlog te land [108] en art. 4 lid Pro A, sub 1 van Genève III betreffende de behandeling van krijgsgevangenen, welke bepaling inhoudt (in de Nederlandse vertaling):
levée en masse(vide art. 2 van Pro het Reglement:
”
.”
armed forces), groepen en eenheden die onder een bevel staan en (ii), die onderworpen zijn aan een intern krijgstuchtrechtelijk systeem dat, onder meer, de naleving moeten afdwingen van de regels van het internationale recht die van toepassing in geval van gewapende conflicten. [110]
racist régimes” als bedoeld van art. 1 lid 4 AP Pro I . Het openbaar ministerie heeft ook dit standpunt gemotiveerd betwist.
racist regimes’ gevallen bestrijkt van regimes die zijn gebaseerd op racistische criteria en waarbij er sprake is van hegemonie van de ene bevolkingsgroep over de andere op basis van racistische ideeën. [116] Het internationaal recht kent voorts een algemeen verbod op rassendiscriminatie, als vervat in de Universele Verklaring voor van de Rechten van de Mens [117] (artt. 2 en 7), dat tevens de basis vormde van diverse internationale verdragen, waaronder het IVBPR [118] (artt. 2 lid 1, 3 en 26) en het Internationaal Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten [119] (artt. 2 lid 2, 3, 10 lid 3). Het verbod op discriminatie is een kern van de mensenrechten.
.”
Basic principles of the legal status of combatants struggling against colonial and alien domination and racist régimes”. [121] Deze resolutie plaatst een racistisch regime in het kader van de apartheid en raciale onderdrukking
“Stressing that the policy of apartheid and racial oppression has been condemned by all countries and peoples, and that the pursuing of such policy has been recognised as an international crime”.
"racist regimes"als bedoeld in art. 1 lid 4 AP Pro I betrekking heeft op regimes (Staat of overheid) die zijn gebaseerd op racistische criteria [122] , hetgeen naar het oordeel van het hof zoveel wil zeggen dat dit regime zich schuldig maakt aan raciale discriminatie als vorenbedoeld. Indien is vastgesteld dat het gaat om een regime dat is gegrondvest op racistische criteria, dan moet vervolgens worden bepaald of dit regime hegemonie uitoefent over het andere deel van de bevolking.
Kesbirarrest [126] heeft vastgesteld dat tijdens een intern gewapend conflict zowel het humanitaire oorlogsrecht als het commune strafrecht van toepassing is.
De factokan iedere bijdrage aan een organisatie als deelneming worden aangemerkt. [137] Dat kan gelden voor personen die ten behoeve van een organisatie geld inzamelen of daaraan stoffelijke steun verlenen. De bijdrage moet er evenwel in bestaan een aandeel te hebben in, dan wel ondersteuning te geven aan gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie.
personal culpability. Ook bij de strafrechtelijke aansprakelijkheid op basis van toepasselijke deelnemingsvormen die in het internationale strafrecht zijn ontwikkeld, zoals de
joint criminal enterpriseen de begrippen
common purposeen
aiding and abetting,gaat het om het handelen en de persoonlijke betrokkenheid van de verdachte bij het specifieke misdrijf.
11.Beoordeling feiten 1.A., 1.B. en 2
:“De LTTE op Sri Lanka had verschillende onderdelen. Eén van die onderdelen had betrekking op de buitenlandse afdelingen van de LTTE. De Nederlandse afdeling werkte onder die afdeling.” [175]
I hereby inform you that Mr.[bijnaam verdachte 1]
has been appointed as the Director of the finance for foreign branches by the National Leader.” [261]
order lists’ uit 2005. [344] Op die bestellijsten staan verschillende soorten wapens, waaronder de springstoffen TNT en C4 [345] die veelvuldig werden gebruikt bij aanslagen gepleegd door de LTTE. [346] Op de onder [verdachte 1] in beslaggenomen diskette zijn fragmenten van drie verwijderde bestanden aangetroffen. [347] Deze bestanden hadden dezelfde namen als de bij [betrokkene 8] gevonden werkbladen met bestellijsten. Na herstel van twee bestanden is gebleken dat de desbetreffende bestanden dezelfde inhoud als de gelijknamige werkbladen bij [betrokkene 8] hadden. Uit de omschrijving is voorts gebleken dat het om wapens en munitie gaat die zijn terug te vinden in catalogi van een Chinese wapenfabriek. [348] Uit de bestanden kan tenslotte worden afgeleid dat het hierbij gaat om bestellingen (respectievelijk ‘order list 030’en ‘order list 040’) van in totaal miljoenen dollars. Het hof is van oordeel dat de verdachte [verdachte 1] geen aannemelijke verklaring heeft kunnen geven voor de herkomst en inhoud van de bij hem aangetroffen diskette. Zo is niet gebleken dat anderen dan hijzelf, zoals hij heeft verklaard, de gebruiker van die diskette is geweest. Dit klemt te meer nu de door de computer opgeslagen auteursnaam van de bedoelde bestanden “Rathy” is en [verdachte 1] daarover heeft verklaard dat hij deze naam gebruikt als wachtwoord. [349] Voorts blijkt ook uit andere bewijsmiddelen van een nauwe samenwerking tussen [betrokkene 8] en [verdachte 1]. Zo heeft de getuige [getuige 11] (hof: bijnaam “[bijnaam getuige 11]”) verklaard dat hij van [verdachte 1] opdracht kreeg om geld aan [betrokkene 8] te betalen. [350] Ook stond op een laptop van [betrokkene 8] een document genaamd Kmathy05.xls dat nagenoeg identiek werd aangetroffen op een diskette bij [verdachte 1], maar dan onder de naam [bijnaam betrokkene 8] 31.12.05total.xls. [351] [verdachte 1] heeft in dit verband verklaard dat ‘[bijnaam betrokkene 8]’ een bijnaam van [betrokkene 8] was en dat hijzelf de bijnaam ‘[bijnaam verdachte 1]’ gebruikte. [352] Op de laptop van [betrokkene 8] stonden verschillende transacties die waren voorzien van de toevoeging ‘cash [bijnaam verdachte 1]’. [353] Alles afwegende is het hof van oordeel dat hieruit genoegzaam kan worden afgeleid dat de verdachte [verdachte 1] actief betrokken is geweest bij de aankoop van wapens voor de LTTE.
My daughter, the terrorist” uit 2007 aangetroffen waarop te zien is dat Zwarte Tijgers trainen voor het plegen van een aanslag. [380]
- het opzettelijk brandstichten of ontploffingen teweegbrengen, al dan niet met schade, levensgevaar, zwaar lichamelijk letsel en dood ten gevolge, (te) begaan met een terroristisch oogmerk;
- het opzettelijk en wederrechtelijk vervoersmiddelen beschadigen en vernielen, al dan niet met levensgevaar en dood ten gevolge, (te) begaan met een terroristisch oogmerk;
- doodslag, (te) begaan met een terroristisch oogmerk en
- samenspanning tot moord.
grave breachesbepalingen van de Geneefse Verdragen zoals het eerdergenoemde en hier relevante gemeenschappelijk art. 3 toepasselijk Pro in niet-internationaal gewapende conflicten, (individuele) strafrechtelijke aansprakelijkheid. [420] Gemeenschappelijk artikel 3 geldt Pro voor alle partijen die zijn betrokken in een gewapend conflict en het vertegenwoordigt de minimumnorm waaraan de strijdende partijen zich moeten houden tijdens het conflict. [421] Daaronder vallen ook het verbod op het rekruteren en de inzet van kindsoldaten.
of(ii) in (militaire) dienst wordt genomen,
of(iii) wordt gebruikt om actief deel te nemen aan vijandelijkheden. Met andere woorden: dienstplicht en dienstneming zijn verboden, ongeacht of het kind is bedoeld voor, of in feite vervolgens wordt gebruikt voor, actieve deelname aan vijandelijkheden. Een kind actief laten deelnemen aan vijandelijkheden is verboden, evenals het oproepen of aanwerven van een kind.
States Parties undertake to respect and to ensure respect for rules of international humanitarian law applicable to them in armed conflicts, which are relevant to the child.
States Parties shall take all feasible measures to ensure that persons who have not attained the age of fifteen years do not take a direct part in the hostilities.
States Parties shall refrain from recruiting any person who has not attained the age of fifteen years into their armed forces. In recruiting among those persons who have attained the age of fifteen years but who have not attained the age of eighteen years, States parties shall endeavour to give priority to those who are oldest.
In accordance with their obligations under international humanitarian law to protect the civilian population in armed conflicts, States Parties shall take all feasible measures to ensure protection and care of children who are affected by an armed conflict.
forced or compulsory recruitment for children for use in armed conflict” terug te vinden in de Worst Forms of Child Labour Convention uit 1999 [425] , waarbij Sri Lanka (sinds 1 maart 2001) en Nederland (sinds 14 februari 2002) eveneens beide partij zijn. Onder de term ‘kind’ wordt in dit Verdrag blijkens de preambule alle personen onder de leeftijd van 18 jaar begrepen.
opinio jurisdie de verlaging van de leeftijdsgrens naar 15 jaar ondersteunt.
‘Report of the Secretary-General on Children and armed conflict’
List of parties that recruit or use children in situations of armed conflict not on the agenda of the Security Council, or in other situations of concern, bearing in mind other violations and abuses committed against children’ is de LTTE door de Verenigde Naties aangemerkt als een partij dat kindsoldaten rekruteert en inzet. [435] Tot een vergelijkbare conclusie komt het rapport ‘
Report of the Secretary-General on children and armed conflict in Sri Lanka’ d.d. 20 december 2006 van de Verenigde Naties, waaruit blijkt dat er in de periode van 1 november 2005 tot 31 oktober 2006 541 gevallen van rekrutering van kindsoldaten zijn gerapporteerd. [436] Een analyse van de leeftijd van de kindsoldaten geeft aan dat (daarvan) één kind 11 jaar oud was, vijf kinderen 12 jaar oud waren, dertien kinderen 13 jaar oud, drieënzeventig kinderen 14 jaar oud en honderd tweeënvijftig kinderen 15 jaar oud. [437] Voorts blijkt uit het rapport ‘
Report of the Secretary-General on children and armed conflict in Sri Lanka’ d.d. 21 december 2007 van de Verenigde Naties dat er tussen 1 november 2006 tot 31 augustus 2007 262 kinderen konden worden aangemerkt als kindsoldaten in dienst van de LTTE. [438] Een analyse van de leeftijd van de kindsoldaten geeft aan dat (daarvan) vijf kinderen 12 jaar oud waren, tien kinderen 13 jaar oud, achttien kinderen 14 jaar oud en achtenveertig kinderen 15 jaar oud. [439] Tenslotte blijkt uit het rapport ‘
Report of the Secretary-General on children and armed conflict in Sri Lanka’ d.d. 25 juni 2009 van de Verenigde Naties dat er op 15 september 2007 306 geverifieerde kindsoldaten in dienst waren van de LTTE. [440] In de periode van 1 november 2005 tot 31 oktober 2006 zijn 756 kinderen aangemerkt als kindsoldaten in dienst van de LTTE. In de periode van 1 november 2006 tot 14 september 2007 was dit aantal 262.
Report of the Secretary-General’s Panel of Experts on Accountability in Sri Lanka’ van 31 maart 2011 van de ‘Panel of Experts’ van de Verenigde Naties. Ook dit rapport stelt dat de LTTE gedurende het gehele gewapende conflict kindsoldaten heeft gerekruteerd. Op basis van een in het rapport omschreven onderzoeksmethode [442] komt de ‘Panel of Experts’ tot de volgende conclusies:
Forced recruitment of children. The LTTE operated a policy of forced recruitment throughout the war, but in the final stages greatly intensified its recruitment of people of all ages, including children as young as fourteen. It recruited more than one child per family and beat relatives who tried to resist, in a desperate attempt to prevent their children from being carried away from them to an almost certain death. This policy was enforced with great cruelty and regardless of the hopeless military situation of the LTTE.” [443]
The end of the beginning, achieving progress by reintegrating ex-child combatants’ d.d. juni 2009 van Terre des Hommes dat de LTTE gedurende het gewapende conflict, en ten tijde van de ten laste gelegde periode, kindsoldaten heeft gerekruteerd en ingezet. [445] De opsteller van het rapport, Lucien Michel Edgar Rene Stöpler, heeft een verklaring bij de politie afgelegd waarin hij zijn onderzoeksmethodes en resultaten uitlegt en onderbouwt. [446] Bij het verhoor zijn aantekeningen gevoegd die onder andere betrekking hebben op de gesprekken die de heer Stöpler met kindsoldaten heeft gevoerd. [447] Uit het rapport, het verhoor en de aantekeningen van de heer Stöpler blijkt dat de LTTE kindsoldaten heeft gerekruteerd en ingezet, waaronder kindsoldaten beneden de leeftijd van vijftien jaar. Het hof ziet, gelet op de totstandkoming van het rapport, geen aanleiding om te twijfelen aan de betrouwbaarheid en onpartijdigheid van de daarin vermelde onderzoeksresultaten. Het hof acht het rapport, het verhoor en de aantekening van de heer Stöpler bruikbaar voor het bewijs.
Living in Fear: Child Soldiers and the Tamil Tigers in Sri Lanka’ d.d. 11 november 2004 van Human Rights Watch stelt voorts dat gedurende de periode van februari 2002 tot november 2004 de LTTE kindsoldaten heeft gerekruteerd en ingezet. [448] De opsteller van het rapport, Jo Lynn Becker, heeft een verklaring bij de politie en de rechter-commissaris afgelegd waarin zij haar onderzoeksmethodes en resultaten uitlegt en onderbouwt. [449] Uit het rapport en het verhoor de mevrouw Becker blijkt dat de LTTE kindsoldaten heeft gerekruteerd en ingezet, waaronder kindsoldaten beneden de leeftijd van vijftien jaar. Het hof ziet, gelet op de totstandkoming van het rapport, geen aanleiding om te twijfelen aan de betrouwbaarheid en onpartijdigheid van de daarin vermelde onderzoeksresultaten. Het hof acht het rapport en het verhoor van mevrouw Becker bruikbaar voor het bewijs.
Child Soldiers, Global Report 2004’ van
de Coalition to Stop the Use of Child Soldierswaren er in februari 2004 ongeveer 1250 kindsoldaten in dienst van de LTTE, waarvan de gemiddelde leeftijd 15 jaar was. [453] Blijkens het rapport ‘
Child Soldiers, Global Report 2008’ van de
Coalition to Stop the Use of Child Soldierswaren er op september 2007 in totaal meer dan zesduizend kindsoldaten door de LTTE gerekruteerd sinds januari 2002. Halverwege 2007 waren er 1500 gerekruteerde kindsoldaten. [454]
Ministry of Defence, intelligence department” van GoSL in beslaggenomen en aan de Dienst Nationale Recherche verstrekte informatieformulieren [464] blijkt dat meerdere van deze informatieformulieren gegevens bevatten van personen die ten tijde van hun aansluiting bij de LTTE beneden de leeftijd van vijftien jaar waren en in sommige gevallen ook legertrainingen hebben gekregen vóór hun vijftiende jaar. [465]
ad hoctribunalen een grote invloed hebben gehad op de uiteindelijke definiëring van de misdrijven tegen de menselijkheid, zoals ook in de WIM is opgenomen. [470]
chapeau elements’of de algemene voorwaarden van misdaden tegen de menselijkheid vormt, moet worden gezien als één geheel en vormt de uiteenzetting van de context waarin de handelingen van de verdachte moet worden bezien. Zij kan worden onderverdeeld in vijf sub-elementen: [472] (i) er moet sprake zijn van een aanval; (ii) er is een
nexustussen de daden van de verdachte en de aanval (iii) de aanval is gericht tegen de burgerbevolking, een vereiste dat verder is uitgewerkt in lid 2 onder a WIM; (iv) de aanval is ‘wijdverbreid of stelselmatig’ hetgeen blijkens o.a. de wetsgeschiedenis naar de grote schaal of omvang van de aanval respectievelijk een bepaald patroon of methodisch plan verwijst [473] en (v) de dader heeft de vereiste
mens rea; zijn gedraging (i.c. vrijheidsbeneming) wordt gepleegd in de wetenschap dat zij onderdeel vormt van de aanval.
‘as a course of conduct involving the commission of acts of violence.’ [475] De aanval op de burgerbevolking en het (bestaan van een) gewapend conflict zijn overigens twee (noodzakelijk) te onderscheiden begrippen. [476] Het begrip ‘aanval’ is een element van een misdaad tegen de menselijkheid en ‘gewapend conflict’ betreft een jurisdictionele eis op grond van het internationale humanitaire recht. Voor dit element verwijst het hof naar hetgeen daarover eerder is overwogen en vastgesteld. De aanval kan, maar hoeft niet, deel uit te maken van het gewapend conflict:
“[T]he attack could precede, outlast, or continue during the armed conflict, but it need not be a part of it”. [477]
nexus-vereiste. Het
nexus-vereiste bestaat uit twee elementen: het plegen van een handeling die, naar haar aard en de gevolgen daarvan, naar objectieve maatstaven deel van de aanval vormt, in combinatie met kennis c.q. wetenschap van de kant van de verdachte (
mens rea) dat er een aanval op de burgerbevolking en dat zijn daad een deel daarvan is. [483]
hors de combat). [495] Om te bepalen of de aanwezigheid van soldaten de bevolking van haar civiele aard berooft, kan aan het aantal soldaten en de situatie dat ze al dan niet op verlof zijn, betekenis worden toegekend. [496]
‘policy to commit such attack’. Het beleid om dergelijke aanvallen te plegen vereist dat de staat of de organisatie het plegen van aanvallen tegen de burgerbevolking actief bevordert of stimuleert. Het bewijs hiervan lijkt vooral feitelijk van aard. Niet noodzakelijk is dat de dader op de hoogte was van alle kenmerken van de aanval of alle details van het bedoelde beleid. Wanneer de aanval nog in ontwikkeling was, is voldoende dat de dader het oogmerk heeft om daaraan verder bij te dragen. Voorts geven de Elementen van Misdrijven van de ICC aan dat ‘beleid’ veronderstelt dat een staat of organisatie de aanval in kwestie actief bevordert of aanmoedigt, een aanmoediging die, onder omstandigheden, ook kan bestaan uit het opzettelijk afzien van ingrijpen met het doel de aanval te laten doorgaan. [498]
sub-state’ apparaat of een gewapende oppositie groep een beleid heeft om een aanval te richten op de burgerbevolking. Zowel de civiele status van de slachtoffers als de omvang of het niveau van de organisatie karakteriseren een misdaad tegen de menselijkheid. [507]
mens rea. Aan de
mens reavan misdaden tegen de menselijkheid is voldaan wanneer de verdachte de vereiste intentie heeft om de onderliggende delicten die hem worden verweten te begaan, wanneer hij weet dat er een aanval op de burgerbevolking is en ook weet dat zijn daden deel uitmaken van die aanval. [508]
imprisonment or other severe deprivation of physical liberty in violation of fundamental rules of international law”. Deze bepaling is gebaseerd op art. II(1)(c) of Control Council Law No. 10 [514] , art. 5 sub e van Pro het ICTY Statuut [515] en art. 3 van Pro het ICTR Statuut [516] . De ICC Elements of Crimes vereisen overigens dat de dader één of meer personen gevangen heeft genomen of één of meer personen anderszins van de lichamelijke vrijheid heeft beroofd.
imprisonment’) als bedoeld in art. 7 van Pro de ICC Elements of Crimes in de eerste plaats gevallen omvat waarin een persoon, letterlijk, is "gevangen" in een afgesloten ruimte en dus niet vrijelijk kan verhuizen naar een andere plaats. [517] Gevallen aangemerkt als andere ernstige beroving van de lichamelijke vrijheid (‘
severe deprivation of fysical liberty’) omvatten die waarin een persoon (slechts) kan blijven bewegen in een bepaald gebied, bijvoorbeeld in een getto of concentratiekamp. [518] Huisarrest kan ook vallen onder deze definitie. [519] Het beroven van de vrijheid voor een korte periode wordt niet beschouwd als
‘severe’in de zin van art. 7 lid 1 onderdeel Pro e ICC Statuut. Bij het bestanddeel ‘in strijd met fundamentele regels van internationaal recht’ (‘
in violation of fundamental rules of international law’) wordt, blijkens de wetsgeschiedenis van de WIM, gedoeld op onrechtmatige vrijheidsbeneming. [520]
due process) krijgt. [524]
Kordić & Čerkezvastgesteld. Door het tribunaal wordt gevangenneming als een misdrijf tegen de menselijkheid gedefinieerd als de willekeurige opsluiting van het individu, dat wil zeggen, zonder een eerlijk proces danwel een behoorlijke procesgang, een en ander als onderdeel van een wijdverbreide of stelselmatige aanval gericht tegen een burgerbevolking. [525] De doorslaggevende factoren bij de beoordeling van het willekeurige karakter van de vrijheidsbeneming zijn het bestaan van wettelijke rechtvaardiging voor de vrijheidsbeneming en het respecteren van de fundamentele procedurele rechten van de gedetineerde. [526]
unlawful) beoordeeld indien (i) burgers worden vastgehouden in strijd met art. 42 van Pro het Geneefse Verdrag IV betreffende bescherming van burgers in oorlogstijd, dat wil zeggen ‘zonder redelijke grond’, (ii) de vereiste procedurele waarborgen van art. 43 van Pro de Geneefse Verdrag IV niet worden nageleefd ten aanzien van gedetineerde burgers, zelfs wanneer initiële detentie op zichzelf kan zijn gerechtvaardigd en (iii) indien de gevangenneming geschiedt als onderdeel van een wijdverbreide of stelselmatige aanval gericht tegen een burgerbevolking. Bij dit laatste element moet de kanttekening worden gemaakt dat het bestaan van een internationaal gewapend conflict niet is vereist voor gevangenneming als misdrijf tegen de menselijkheid. [527]
- i) een individu is beroofd van zijn of haar vrijheid;
- ii) de vrijheidsbeneming wordt willekeurig opgelegd, dat wil zeggen, er is geen rechtsgrond of juridische (wettelijke) basis om de vrijheidsbeneming te rechtvaardigen;
mens reavoor het misdrijf bestaat uit de intentie van de dader om een individu willekeurig zijn of haar fysieke vrijheid te ontnemen of uit de redelijke kennis dat zijn handelen of nalaten naar waarschijnlijkheid de willekeurige beroving van de lichamelijke vrijheid veroorzaakt.
Visit of Major General (ret.) Patrick Cammaert, Special Envoy of the Special Representative for Children & Armed Conflict, to Sri Lanka’ d.d. december 2009 van de Verenigde Naties zijn de kinderen die geassocieerd waren met de LTTE gedwongen en soms ontvoerd. [536] In het rapport ‘
Report of the Secretary-General on children and armed conflict in Sri Lanka’ d.d. 20 december 2006 van de Verenigde Naties zijn er in de periode van 1 november 2005 tot 31 oktober 2006 117 klachten van ontvoering van kinderen door de LTTE gerapporteerd. [537] In de periode van 1 november 2005 tot 31 oktober 2006 zijn blijkens het rapport ‘
Report of the Secretary-General on children and armed conflict in Sri Lanka’ d.d. 21 december 2007 van de Verenigde Naties 7 klachten van ontvoering van kinderen door de LTTE gerapporteerd. [538] Tenslotte blijkt uit het rapport ‘
Report of the Secretary-General on children and armed conflict in Sri Lanka’ d.d. 25 juni 2009 van de Verenigde Naties van 5 gevallen van ontvoering van kinderen door de LTTE in de periode van 15 september 2007 tot 31 januari 2009. [539]
The end of the beginning, achieving progress by reintegrating ex-child combatants’ d.d. juni 2009 van Terre des Hommes vertelt het verhaal van een kindsoldaat van de LTTE waarin bestraffing van desertie wordt bevestigd. [543] Dat er gedongen rekruteringen door de LTTE plaatsvonden vindt voorts bevestiging in de verklaringen van [getuige 20] [544] , [getuige 21] [545] en [getuige 22] [546] , alsmede in het deskundigenrapport van Keenan en Frerks die eveneens stellen dat er ten tijde van het gewapende conflict, alsook gedurende de ten laste gelegde periode gedwongen rekrutering plaatsvond:
Report of the Secretary-General’s Panel of Experts on Accountability in Sri Linka’ van d.d. 31 maart 2011 van de ‘
Panel of Experts’ van de Verenigde Naties. Dit rapport komt tot de volgende conclusie:
252. With respect to the LTTE, the credible allegations and violations above point to a widespread or systematic attack on the civilian population of the Vanni during the final stages of the war, insofar as there was a consistent and widespread practice of holding civilians against their will and killing some of those who tried to leave. As for the particular acts constituting crimes against humanity, the Panel concludes that credible allegations point to the commission by the LTTE of the crime against humanity of murder, according to the definition above, based on the LTTE's killing of those seeking to flee as well as its use of suicide bombers against civilians during the war.” [548]
Trapped and Mistreated, LTTE Abuses Against Civilians in the Vanni’ d.d. december 2008 tot de conclusie dat de LTTE de burgerbevolking in Noord-Sri Lanka van haar vrijheid beroofde om andere redenen dan rekrutering van de persoon zelf, en die burgerbevolking daarbij vaak ook blootstelde aan
The LTIE continues to force civilians to engage in dangerous forced labor, including the digging of trenches for its fighters and the construction of military bunkers on the frontlines. It also uses forced labor as punishment, often forcing family members of civilians who flee to perform dangerous labor near the frontlines.
Sri Lanka; Country Reports on Human Rights Practices for 2004’ d.d. 28 februari 2005 het vorenstaande en stelt het volgende:
During the year, the LTTE continued to detain civilians, often holding them for ransom, especially Muslims in the east. In July, the L TTE abducted 13 Trincomalee-area Muslims who were collecting firewood and demanded ransom for their release. The 10 who were released that same day were forced to provide manual labor, while the other 3 were held for several days and severely beaten before being released.
- het opzettelijk brandstichten en ontploffingen teweegbrengen, al dan niet met schade, levensgevaar, zwaar lichamelijk letsel en dood ten gevolge;
- het opzettelijk en wederrechtelijk vervoersmiddelen beschadigen en vernielen, al dan niet met levensgevaar en dood ten gevolge;
- doodslag, en
- moord.
no pay” of “
negative”. [569]
12.Beoordeling feiten 5 en 6
- er is geen sprake geweest van een uitlating “in het openbaar” als bedoeld in art. 131 Sr Pro, nu er naar mening van de verdediging geen sprake was van een “willekeurig, onbepaald en onbeperkt publiek” en het uitgesproken woord niet (direct) begrijpelijk is geweest (taal, inhoud);
- de tekst zoals die is ten laste gelegd is nooit zo uitgesproken; uit het dossier blijkt immers genoegzaam dat deze tekst in ieder geval niet in de Nederlandse taal is uitgesproken;
- er is door de ten laste gelegde teksten niet tot “enig strafbaar feit” opgeruid;
- er dient sprake te zijn van opruiing tot enig strafbaar feit dat in relatie staat tot het Nederlandse openbare gezag, gelet op Titel V van het Wetboek van Strafrecht, te weten “Misdrijven tegen het openbaar gezag”, waarin art. 131 Sr Pro is opgenomen; dat betekent dat opruiing ex art. 131 Sr Pro niet kan zien op terroristische misdrijven tegen een ander openbaar gezag, nu deze feiten niet kunnen worden gezien als strafbare feiten gericht tegen het Nederlands openbaar gezag;
- de verdachte is niet betrokken geweest bij de ten laste gelegde teksten en derhalve kan niet worden bewezen dat hij zich als pleger, dan wel medepleger schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde feiten
- er is in de ten laste gelegde afbeeldingen en/of geschriften niet tot “enig strafbaar feit” opgeruid;
- de verdachte is niet betrokken geweest bij het verspreiden en het in voorraad hebben om verspreid te worden van de ten laste gelegde goederen en derhalve kan niet worden bewezen dat hij zich als pleger, dan wel medepleger schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde feiten
pressing social need”) waarbij aan de lidstaten een zekere vrijheid toekomt bij de waardering van die noodzaak. [588] Bij die waardering moet een afweging worden gemaakt tussen het fundamentele belang van de vrijheid van meningsuiting (het individuele grondrecht)en het fundamentele belang van bescherming van de democratische (rechts-)staat (het algemene fundamentele maatschappelijke belang) plaatsvinden. Een aanvaardbare beperking van de vrijheid van meningsuiting dient in ieder geval te voldoen aan eisen van proportionaliteit.
- de uitlatingen als geheel;
- de kennelijke bedoeling van de uitlating;
- de context waarin de uitlating heeft plaatsgevonden;
- onder wiens verantwoordelijkheid werd de uitlating gedaan;
- de plaats of gelegenheid waar de uitlating wordt gedaan.
“Tamil, staat op om de vijand te verdrijven, om een leger te verzamelen”te horen. [594]
”Er is geen andere weg om te strijden”voorkomt.
“Wij zullen zeker winnen/ Dus de leider verwacht nu dat jullie een nog grote bijdrage leveren dan die jullie altijd al leverden/ Als jullie ons blijven steunen zullen wij snel een eigen Tamil Eelam krijgen.”
. [597] Deze bijeenkomst vond derhalve plaats na 18 mei 2009, zijnde de dag waarop het leger van de LTTE door het Sri Lankaanse leger werd verslagen.
13.Bewezenverklaring
(te
)begaan met een terroristisch oogmerk (zoals bedoeld in artikel 289a van het Wetboek van Strafrecht)
(op Sri Lanka
), zonder toestemming van de Koning (zoals bedoeld in artikel 205 Wetboek Pro van Strafrecht, met ingang van 10 augustus 2004) en
(telkens
)tezamen en in vereniging met [verdachte 3] en/of [verdachte 4] en/of [verdachte 1] en/of [verdachte 5] en/of anderen, heeft deelgenomen aan een organisatie die tot oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten:
14.Bewijsvoering
15.Nadere bewijsoverwegingen
16.Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
- 1.A. sub e, voor zover betrekking hebbend op de onder 1.A. sub a opgenomen “samenspanning”;
- 1.B. sub a, voor zover betrekking hebbend op het werven voor gewapende strijd op Sri Lanka;
- 1.B. sub i, voor zover betrekking hebbend op 1.B. sub a en sub d;
- 2 sub h, voor zover betrekking hebbend op sub d, e en f.
17.Strafbaarheid van de verdachte
18.Strafmotivering
19.In beslag genomen voorwerpen
20.Toepasselijke wettelijke voorschriften
21.BESLISSING
het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolgingvan de verdachte ter zake onder 2 sub c, 3 en 4 ten laste gelegde.
bewezendat de verdachte het onder 1.A. sub a, b, c, d, e en f, 1.B. sub a – voor zover betrekking hebben op het werven op Sri Lanka – b, c, d, e, f, g, h en i en 2 sub d, e en f ten laste gelegde heeft begaan.
bewezen verklaardenietstrafbaaren
ontslaat de verdachte te dier zake van alle rechtsvervolging.
bewezen verklaarde strafbaar en verklaart de verdachte strafbaar.
gevangenisstrafvoor de duur van
4 (vier) jaren en 11 (elf) maanden.
teruggaveaan verdachte van de overige op de beslaglijst vermelde in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen.