ECLI:NL:PHR:2011:BO9998
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toelaatbaarheid uitlevering aan Verenigde Staten wegens ondersteuning terroristische organisatie Al-Shabaab
De zaak betreft een verzoek tot uitlevering van een persoon aan de Verenigde Staten wegens beschuldigingen van het geven van materiële steun aan de terroristische organisatie Al-Shabaab. De feiten zijn strafbaar gesteld onder diverse bepalingen van de Amerikaanse federale wetgeving en vallen naar Nederlands recht onder onder meer artikel 134a Sr en artikel 140a Sr.
De rechtbank Rotterdam had de uitlevering op 31 mei 2010 toelaatbaar verklaard. De verdediging voerde onder meer aan dat de dubbele strafbaarheid ontbrak en dat de Amerikaanse strafbepalingen onderwerp waren van een constitutionele toetsing door het Amerikaanse Hooggerechtshof, wat de uitlevering zou moeten opschorten.
De Hoge Raad oordeelt dat het vereiste van dubbele strafbaarheid niet vereist dat de Nederlandse en Amerikaanse strafbepalingen exact overeenkomen, maar dat de materiële feiten strafbaar moeten zijn in beide rechtsstelsels. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat aan deze eis is voldaan. Ook is het niet relevant dat de Amerikaanse strafbepalingen onderwerp zijn van een constitutionele toetsing, zolang deze niet ongrondwettig zijn verklaard. De middelen van cassatie worden verworpen en de uitlevering blijft toelaatbaar.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de toelaatbaarheid van uitlevering aan de Verenigde Staten wegens strafbare feiten van materiële steun aan Al-Shabaab.