ECLI:NL:HR:2001:AB1471
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- F.H. Koster
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt beschikking over vervolging Bouterse wegens foltering en executies in Suriname
In deze zaak ging het om een beklag tegen de weigering van vervolging van Desiré Delano Bouterse wegens het bevel geven tot executie van vijftien personen in Fort Zeelandia, Paramaribo, in december 1982, en de martelingen die daaraan voorafgingen. Het hof Amsterdam had de officier van justitie bevolen Bouterse te vervolgen en een gerechtelijk vooronderzoek te gelasten.
De Hoge Raad onderzocht of de artikelen 1 en 2 van de Uitvoeringswet folteringverdrag, die foltering strafbaar stellen, van toepassing konden zijn op feiten die vóór de inwerkingtreding van die wet in 1989 waren gepleegd. Gelet op het absolute verbod van terugwerkende kracht in artikel 16 Grondwet Pro en artikel 1 Sr Pro, en de uitleg van artikel 94 Grondwet Pro, oordeelde de Hoge Raad dat die wet niet met terugwerkende kracht toegepast kon worden.
Verder werd vastgesteld dat de Nederlandse strafwet geen rechtsmacht verleent voor de feiten die door een niet-Nederlander buiten Nederland zijn gepleegd, zoals in dit geval. Ook de uitbreiding van rechtsmacht in de Uitvoeringswet folteringverdrag was niet met terugwerkende kracht van toepassing. De verjaringstermijnen van het Wetboek van Strafrecht waren eveneens van toepassing, waardoor vervolging voor mishandeling uiterlijk in 1994 verjaard zou zijn.
De Hoge Raad vernietigde daarom de beschikking van het hof en oordeelde dat Bouterse niet vervolgd kon worden op basis van de Uitvoeringswet folteringverdrag voor de feiten van december 1982. De zaak werd daarmee niet-ontvankelijk verklaard voor die vervolging.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking tot vervolging van Bouterse wegens gebrek aan rechtsmacht en schending van het non-retroactiviteitsbeginsel.