ECLI:NL:GHARN:2009:BK3304
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige daad van de Staat jegens varkenshouder wegens onevenredige lasten door Whv-maatregelen
In deze civiele procedure stond de vraag centraal of de Staat onrechtmatig heeft gehandeld jegens meerdere varkenshouders door het opleggen van maatregelen uit de Wet herstructurering varkenshouderij (Whv). Het hof vervolgde de beoordeling na eerdere tussenarresten en concludeerde dat slechts één van de vijf varkenshouders, aangeduid als geïntimeerde sub 5, een “excessive and disproportional burden” droeg.
De zaak omvatte uitgebreide bewijsvoering, waaronder taxatierapporten en deskundigenrapporten, die inzicht gaven in de financiële gevolgen van de Whv-maatregelen. Voor de andere varkenshouders, waaronder geïntimeerde sub 4, werd geoordeeld dat het verlies in vermogen en latente ruimte niet zodanig was dat sprake was van een disproportionele last. De Staat had tegenover deze varkenshouders niet onrechtmatig gehandeld.
Voor geïntimeerde sub 5 was het verlies van latente ruimte en de frustratie van investeringsmogelijkheden echter aanzienlijk, waardoor het hof oordeelde dat de Staat onrechtmatig had gehandeld en aansprakelijk was voor de schade. Het vonnis van de rechtbank werd vernietigd en het hof veroordeelde de Staat tot schadevergoeding nader op te maken bij staat. Verder werden proceskosten deels toegewezen en deels gecompenseerd.
Uitkomst: De Staat is aansprakelijk voor onrechtmatige daad jegens één varkenshouder en moet schade vergoeden; overige vorderingen worden afgewezen.