ECLI:NL:PHR:2011:BQ5098
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vaststelling onevenredige last door Wet herstructurering varkenshouderij en toetsing aan art. 1 Eerste Protocol EVRM
Deze zaak betreft de toetsing van de Wet herstructurering varkenshouderij (Whv) aan artikel 1 lid 2 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM, dat het recht op eigendom beschermt. De wet beperkte de mestproductierechten van varkenshouders, met als doel milieuschade te beperken. De Nederlandse Vakbond Varkenshouders en enkele individuele varkenshouders stelden dat deze maatregelen onrechtmatig waren en vroegen om buiten toepassingstelling of schadevergoeding.
De Hoge Raad bevestigde in eerdere rechtspraak dat de Whv geen onteigening van eigendom inhoudt, maar erkende dat de maatregelen een individuele en buitensporige last kunnen vormen voor bepaalde varkenshouders, met name wanneer zij investeringen hadden gedaan in het vertrouwen op hun rechten. Het hof Arnhem oordeelde dat een varkenshouder met een bovengemiddelde latente mestproductieruimte en een investering van f 60.000,- door de Whv onevenredig was getroffen.
De Hoge Raad stelde dat het verlies van latente ruimte op zichzelf niet leidt tot aansprakelijkheid, maar dat het nutteloos worden van investeringen in combinatie met bijzondere omstandigheden een 'excessive and disproportionate burden' kan vormen. De compensatie moet zich richten op het nadeel van de investering, niet op het verlies van de mestproductierechten zelf. Het hof wees de Staat aansprakelijk voor de geleden schade, die nader moet worden vastgesteld in een schadestaatprocedure.
De klachten van de Staat over de toepassing van het Besluit hardheidsgevallen en de formele rechtskracht van bestuursbesluiten werden verworpen. Het principaal en incidenteel cassatieberoep werden afgewezen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; de Staat is aansprakelijk voor de schade van de varkenshouder door onevenredige last van de Whv.