ECLI:NL:GHARN:2007:BA9966
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- W.L. Valk
- Olthof
- Van der Beek
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige daad van de Staat door onevenredige lasten van Whv-maatregelen voor varkenshouder
In deze civiele zaak staat centraal of de Staat door de maatregelen van de Wet houdende maatregelen inzake de veehouderij (Whv) onrechtmatig heeft gehandeld jegens twee varkenshouders, met name [geïntimeerde sub 5a] en [geïntimeerde sub 4]. Het hof bevestigt het eerdere tussenarrest waarin werd geoordeeld dat [geïntimeerde sub 5a] een 'excessive and disproportionate burden' droeg door het verlies van 34% latente ruimte, aanzienlijk meer dan het gemiddelde verlies van 18% bij andere varkenshouders.
De Staat voerde aan dat het verlies van [geïntimeerde sub 5a] het gevolg was van eigen keuzes en investeringen, maar het hof verwierp deze stellingen omdat de investeringen slechts deels werden gecompenseerd en de maatregelen de mogelijkheden om deze uit te nutten frustreren. Voor [geïntimeerde sub 4] werd vastgesteld dat hij 25% latente ruimte verloor, maar dat dit verlies deels minder zwaar woog vanwege zijn milieuvergunning en grondgebonden mestrechten. Het hof liet bewijslevering toe om de omvang van het vermogensverlies nader te bepalen.
Het hof verklaart dat de Staat onrechtmatig heeft gehandeld jegens [geïntimeerde sub 5a] en aansprakelijk is voor de door hem geleden en nog te lijden schade, nader op te maken bij staat. Voor [geïntimeerde sub 4] wordt de beslissing aangehouden in afwachting van nader bewijs. Het hof regelt de procedure voor het horen van getuigen en verdere behandeling van het geschil.
Uitkomst: De Staat is aansprakelijk voor de onrechtmatige daad jegens [geïntimeerde sub 5a] en moet diens schade vergoeden; beslissing over [geïntimeerde sub 4] wordt aangehouden.