– vernietigt de uitspraak van de Rechtbank betreffende de aanslag IB/PVV 2016 (AWB 20/1618), behoudens de veroordeling van de Staat tot het betalen van een schadevergoeding, proceskosten en griffierecht,
– vernietigt de uitspraak van de Rechtbank betreffende de aanslag IB/PVV 2017 (AWB 21/966), behoudens de veroordeling van de Staat tot het betalen van een schadevergoeding, proceskosten en griffierecht,
– vernietigt de uitspraken van de Inspecteur, behoudens de proceskostenvergoeding betreffende het jaar 2017,
– vermindert de aanslag IB/PVV 2016 tot een aanslag berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 19.290,
– vermindert de aanslag IB/PVV 2017 tot een aanslag berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 20.530,
– vermindert het verzamelinkomen dienovereenkomstig,
– vermindert de belastingrente dienovereenkomstig,
– veroordeelt de Inspecteur in de proceskosten van belanghebbende tot een bedrag van € 3.336, en
– gelast dat de Inspecteur aan belanghebbende het betaalde griffierecht vergoedt, te weten (50% x € 48 =) € 24 plus (50% x € 49 =) € 24,50 in verband met de beroepen bij de Rechtbank en twee maal € 136 in verband met de hoger beroepen bij het Hof.