ECLI:NL:HR:2023:1407
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Verrekening van in Liechtenstein betaalde socialezekerheidspremies met Nederlandse premie volksverzekeringen
Belanghebbende, woonachtig in Nederland, werkte in 2016 in loondienst bij een bedrijf in Liechtenstein en betaalde daar socialezekerheidspremies. De Sociale Verzekeringsbank (SVB) verklaarde de Nederlandse socialezekerheidswetgeving op haar van toepassing en gaf een onherroepelijke A1-verklaring af. Belanghebbende verzocht vrijstelling van premie volksverzekeringen in Nederland, welke door de Inspecteur werd afgewezen.
Het Hof oordeelde dat artikel 73 van Pro de Toepassingsverordening geen grond bood voor verrekening van de in Liechtenstein betaalde premies met de Nederlandse premie volksverzekeringen. De Hoge Raad stelt vast dat artikel 73 wel Pro toepasselijk is, aangezien Liechtenstein geen partij was bij de Rijnvarendenovereenkomst en de Basisverordening van toepassing is. De Inspecteur is gebonden aan de A1-verklaring van de SVB.
De Hoge Raad benadrukt dat de verplichting tot verrekening pas ontstaat indien het bevoegde Liechtensteinse orgaan de premies aan Nederland heeft overgemaakt. Aangezien dit niet is gebeurd, was de Inspecteur niet gehouden tot verrekening. Het beroep in cassatie wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard omdat de premies niet door het bevoegde Liechtensteinse orgaan zijn overgemaakt, waardoor geen verrekeningsplicht voor de Inspecteur bestaat.