Uitspraak
Het tussenarrest
De inhoud van dat arrest wordt als ingelast beschouwd.
Het verdere procesverloop
Beoordeling
II1990/91, 21 221, nr. 5 (
MvA), blz. 96 en blz. 15 wordt over telefonisch horen onder meer het volgende vermeld:
De verbalisant heeft verklaard dat van een geijkt snelheidsmeetmiddel gebruik is gemaakt. Kennelijk beschikt de betrokkene bovendien over een ijkrapport. Het hof ziet dan ook geen aanleiding om te betwijfelen dat de snelheid met een geijkt meetmiddel is geregistreerd. Dat de bij de antenne-eenheid behorende camera-eenheid niet zou zijn geijkt, acht het hof niet aannemelijk geworden. De identieke serienummers op de foto, zijn verklaarbaar doordat – zoals blijkt uit het arrest waarnaar de betrokkene verwijst – de antenne-eenheid en de camera-eenheid als set kunnen worden geijkt. De suggestie van de betrokkene dat de camera-eenheid en de antenne-eenheid na de ijking mogelijk zijn ontkoppeld en verwisseld met andere apparatuur, is door de betrokkene niet onderbouwd en vindt evenmin steun in de stukken. Bovendien merkt het hof op dat de camera enkel dient voor de registratie van het resultaat van de snelheidsmeting en het vastleggen van het voertuig waarop de meting betrekking heeft. De stelling van de betrokkene dat mogelijk door een afwijking in de sluitertijd het verkeerde voertuig is vastgelegd, is niet onderbouwd en ook overigens niet aannemelijk geworden.
Blijkens het zaakoverzicht is de gedraging geconstateerd en de sanctie opgelegd door verbalisant [verbalisant] . Deze verbalisant heeft op ambtsbelofte verklaard het snelheidsmeetmiddel op de voorgeschreven wijze te hebben gebruikt. Kennelijk beschikt de betrokkene bovendien over een certificaat waaruit blijkt dat de verbalisant is opgeleid om meetapparatuur te bedienen. Het hof is van oordeel dat daarmee voldoende vaststaat dat de verbalisant in kwestie over de competenties beschikt om snelheidsovertredingen met daarvoor geschikte apparatuur te constateren. Dat het certificaat dat aan de betrokkene is toegestuurd van geruime tijd geleden dateert, maakt dat niet anders. De enkele stelling van de betrokkene dat er na de afgifte van het certificaat andere snelheidsmeetmiddelen zijn ingevoerd, noopt niet tot de conclusie dat de verbalisant niet bekwaam zou zijn het onderhavige meetmiddel te bedienen.
Het zaakoverzicht bevat geen gegevens van een tweede ambtenaar. Zowel het constateren van de gedraging als het opleggen van de sanctie is uitgevoerd door ambtenaar [verbalisant] . Het hof gaat daarom voorbij aan hetgeen de betrokkene aanvoert met betrekking tot de bekwaamheid van een tweede verbalisant.
Dat betekent dat in hoger beroep de redelijke termijn van berechting is overschreden.
Dat brengt mee dat inbreuk is gemaakt op artikel 6, eerste lid, van het EVRM.