Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
3.Beoordeling
food and drinks”.
Gerechtshof Amsterdam
In deze zaak stond de beoordeling van effectenleaseovereenkomsten centraal, waarbij de vraag speelde of deze overeenkomsten een onaanvaardbaar zware financiële last voor de afnemer vormden en of een beding in de leaseovereenkomst oneerlijk was in de zin van Richtlijn 93/13/EEG.
De feiten betroffen zes leaseovereenkomsten die door de geïntimeerde met Dexia waren gesloten. Het hof bevestigde de toepassing van de hofformule om te bepalen of sprake was van een onaanvaardbaar zware last. Daarbij werd ook het inkomen van de partner van de afnemer betrokken, gelet op de gemeenschappelijke huishouding. Het hof concludeerde dat de financiële lasten niet onaanvaardbaar zwaar waren.
Daarnaast oordeelde het hof dat Dexia een beding in de bijzondere voorwaarden van leaseovereenkomst 6 had toegepast dat oneerlijk was volgens de Europese richtlijn. Dit beding werd vernietigd, met als gevolg dat een post op de eindafrekening verviel. De vorderingen van partijen werden deels toegewezen en deels afgewezen, waarbij de kosten in eerste aanleg werden gecompenseerd en de kosten in hoger beroep voor rekening van de geïntimeerde kwamen.
Het arrest bevestigt de vaste jurisprudentie omtrent effectenlease, de toepassing van de hofformule, en het belang van consumentenbescherming tegen oneerlijke bedingen in overeenkomsten.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis en wijst deels vorderingen toe, waarbij Dexia twee derde van de restschuld moet vergoeden en een oneerlijk beding wordt vernietigd.