ECLI:NL:CRVB:2026:421
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-verzekerd zijn voor AOW over periode van ruim 22 jaar na verhuizing naar België
Appellante verzocht de Sociale Verzekeringsbank (Svb) om een pensioenoverzicht, waarbij in 2016 werd vastgesteld dat zij verzekerd was voor de AOW van 1974 tot 2016. In 2022 stelde de Svb echter vast dat zij slechts verzekerd was tot 21 april 1990, waarna zij niet meer verzekerd was vanwege haar verhuizing naar België en het ontbreken van werkzaamheden in Nederland.
Appellante maakte bezwaar tegen deze vaststelling, met beroep op verdragen tussen Nederland en België, Europese verordeningen, en rechtsbeginselen zoals het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en bevestigde het besluit van de Svb.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad oordeelde dat appellante niet verzekerd was in de betwiste periode omdat zij niet in Nederland woonde of werkte, en dat de Europese verordeningen de toepasselijkheid van het bilaterale verdrag uitsluiten. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat het Unierecht prevaleert boven nationale toezeggingen. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel en het rechtszekerheidsbeginsel werd verworpen.
De Raad benadrukte dat het op de weg van appellante lag zich te informeren over de gevolgen van haar verhuizing. De vaststelling van de aanvangsleeftijd van de AOW was eveneens correct volgens de wet. Het hoger beroep werd afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de vaststelling dat appellante niet verzekerd was voor de AOW van 22 april 1990 tot 9 december 2022 blijft in stand.