Uitspraak
20 2067 WIA
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
uitspraak en bepaalt dat beroep tegen dit besluit slechts bij de Raad kan worden ingesteld;
van in totaal € 877,- vergoedt.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
In deze zaak was het UWV geweigerd om terug te komen op een toerekeningsbesluit uit 2013 dat onmiskenbaar onjuist was en in strijd met de Wet WIA. De appellant, een werkgever, had verzocht om herziening van het besluit met terugwerkende kracht, maar het UWV wees dit af op basis van een beleidslijn die terugwerkende kracht alleen bij bijzondere omstandigheden toestaat.
De Centrale Raad oordeelde dat het UWV onvoldoende rekening had gehouden met het financiële nadeel voor de werkgever en diens belangen niet adequaat had afgewogen. Het beleid van het UWV dat rechtszekerheid en uitvoeringslasten zwaarder wegen dan het financiële belang van de werkgever werd als onaanvaardbaar beschouwd.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat het UWV een nieuw besluit moet nemen waarin een juiste belangenafweging wordt gemaakt, met inachtneming van de onmiskenbare onjuistheid van het oorspronkelijke besluit. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Het bestreden besluit van het UWV wordt vernietigd en het UWV moet een nieuw besluit nemen met een juiste belangenafweging.