ECLI:NL:CRVB:2023:186
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellante was site assistent en meldde zich ziek na een auto-ongeval. Het UWV weigerde haar WIA-uitkering toe te kennen omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. In bezwaar werd het besluit bevestigd op basis van rapporten van een arts bezwaar en beroep en een arbeidsdeskundige. De rechtbank vernietigde het besluit deels vanwege onvoldoende motivering over re-integratie-inspanningen, maar oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was.
In hoger beroep stelde appellante dat het UWV onvoldoende zorgvuldig onderzoek had verricht, met name dat zij niet was onderzocht door een geregistreerd verzekeringsarts in bezwaar. De Raad oordeelde dat omdat zij voorafgaand aan het primaire besluit wel door een geregistreerd verzekeringsarts was onderzocht, een spreekuurcontact in bezwaar niet verplicht was. De medische beoordeling in bezwaar was zorgvuldig, inclusief dossieronderzoek, hoorzitting en opvragen medische informatie.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat de beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst juist waren vastgesteld en dat appellante medisch en arbeidskundig geschikt werd geacht voor de geselecteerde functies. Er was geen aanleiding tot benoeming van een deskundige. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.