Uitspraak
20.4099 WIA
OVERWEGINGEN
(SBC-code 267041) een mate van arbeidsongeschiktheid berekend van 34,74%. Bij besluit van 17 mei 2019 heeft het Uwv geweigerd aan appellant met ingang van
Centrale Raad van Beroep
Appellant, voormalig tramconducteur, vroeg een WIA-uitkering aan na beëindiging van zijn dienstverband wegens psychische klachten. Het UWV stelde op basis van verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en weigerde de uitkering. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was.
In hoger beroep stelde appellant dat het UWV onzorgvuldig had gehandeld en onvoldoende rekening had gehouden met zijn beperkingen, waaronder slaapapneu. Hij verwees naar een medisch rapport en vroeg om inschakeling van een onafhankelijke deskundige. De Raad stelde vast dat het UWV de bewijslast draagt voor het onderzoek en dat appellant voldoende gelegenheid had gehad om medische stukken in te dienen.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat het onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen juist waren vastgesteld. Het standpunt van appellant dat het UWV slaapapneu onderschatte en onvoldoende rekening hield met het rapport van de medisch adviseur, werd verworpen. De Raad bevestigde het bestreden besluit en wees het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om WIA-uitkering en schadevergoeding wordt afgewezen.