ECLI:NL:CRVB:2023:1488
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling NOW-1 en NOW-2 subsidies en terugvordering te veel betaalde voorschotten
Betrokkene diende aanvragen in voor NOW-1 en NOW-2 subsidies wegens omzetverlies door COVID-19. De minister verleende voorschotten en stelde later de definitieve subsidies vast, waarbij te veel betaalde voorschotten werden teruggevorderd. Betrokkene maakte bezwaar tegen de terugvorderingen en stelde dat zij onterecht werd gekort vanwege een late loonaangifte en de wijze van subsidieberekening.
De rechtbank oordeelde dat de minister terecht de loonaangifte van mei 2020 niet had meegenomen bij de NOW-1 vaststelling, omdat betrokkene geen bewijs van uitstel had geleverd. Voor de NOW-2 subsidie vernietigde de rechtbank het besluit en beval een nieuwe belangenafweging, omdat de minister geen individuele belangenafweging had gemaakt bij de subsidieverlaging.
De minister voerde in hoger beroep alsnog een belangenafweging uit en handhaafde de vaststelling van de subsidie en terugvordering. De Centrale Raad van Beroep bevestigde dit besluit en verklaarde het hoger beroep van betrokkene ongegrond. Het hoger beroep van de minister werd niet-ontvankelijk verklaard omdat hij inmiddels aan de uitspraak had voldaan.
De Raad benadrukte het generieke karakter van de NOW-regeling, het belang van het behoud van werkgelegenheid en de noodzaak van een consequente toepassing van de subsidieberekeningsregels. Het financiële nadeel voor betrokkene werd niet als onevenredig beoordeeld. Betrokkene moet de te veel betaalde voorschotten van respectievelijk € 2.381,- (NOW-1) en € 5.536,- (NOW-2) terugbetalen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vaststelling van de NOW-1 en NOW-2 subsidies en wijst het hoger beroep van betrokkene af; de te veel betaalde voorschotten moeten worden terugbetaald.