Uitspraak
21 295 PW
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellant had bezwaar gemaakt tegen een besluit van het college waarbij zijn bijstand met 100% werd verlaagd. Het college verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk. Appellant verzocht het college terug te komen op dat besluit, maar het college besloot niet tijdig op dit verzoek. Appellant diende vervolgens een klacht in en startte een procedure wegens niet tijdig beslissen.
De rechtbank oordeelde dat de klacht als ingebrekestelling moest worden gezien en kende een schadevergoeding van € 3.000,- toe wegens overschrijding van de redelijke termijn. Het college werd echter niet veroordeeld tot betaling van dwangsommen, omdat de klacht niet als ingebrekestelling kon worden aangemerkt.
In hoger beroep stelde appellant dat het college wel dwangsommen verschuldigd was en dat de schadevergoeding te laag was. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de klachtbrief niet als ingebrekestelling kon worden gezien en bevestigde dat het college geen dwangsommen had verbeurd. Tevens werd het verzoek om aanvullende schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn afgewezen omdat appellant reeds een vergoeding had ontvangen.
De Raad bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees het verzoek om aanvullende schadevergoeding af. Er werd geen aanleiding gezien voor een kostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om aanvullende schadevergoeding wordt afgewezen.