ECLI:NL:HR:2023:667
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Vervallenverklaring arrest Hoge Raad wegens wrakingsverzoek
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep. Voor de uitspraak van de Hoge Raad op 14 april 2023 werd aan belanghebbende medegedeeld welke raadsheren de beslissing zouden nemen. Op 13 april 2023 diende belanghebbende een wrakingsverzoek in tegen deze raadsheren, dat tijdig was volgens artikel 8:16 Awb Pro.
De Hoge Raad heeft echter op 14 april 2023 het arrest gewezen terwijl nog niet op het wrakingsverzoek was beslist. Dit is een procedurele tekortkoming die leidt tot vervallenverklaring van het arrest van die datum.
De Hoge Raad verklaart daarom het arrest van 14 april 2023 vervallen en draagt het wrakingsverzoek over aan de Vierde Kamer van de Hoge Raad. Het geding wordt aangehouden totdat op het wrakingsverzoek is beslist.
Het arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren M.T. Boerlage en J. Wortel, en in het openbaar uitgesproken op 21 april 2023.
Uitkomst: Het arrest van 14 april 2023 is vervallen verklaard vanwege een nog niet behandelde wrakingsverzoek.