ECLI:NL:CRVB:2021:1063
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beperking terugwerkende kracht kinderbijslag tot vijf jaar bij onjuiste gegevensuitwisseling
Appellante ontving kinderbijslag voor haar eerste kind, maar niet automatisch voor haar tweede kind vanwege een fout in de gegevensuitwisseling tussen de basisregistratie personen (brp) en de Sociale verzekeringsbank (Svb). Pas in 2019 werd een aanvraag ingediend, waarna de Svb kinderbijslag toekende met terugwerkende kracht vanaf het tweede kwartaal van 2018.
Na bezwaar werd dit terugwerkende tijdvak verlengd tot vijf jaar, conform beleidsregel SB1067, die een maximale terugwerkende kracht van vijf jaar toestaat bij fouten in de gegevensuitwisseling. Appellante vorderde volledige terugwerkende kracht vanaf de geboorte in 2006, stellende dat de geboorteaangifte als aanvraag moest worden aangemerkt en dat de Svb van haar beleid moest afwijken wegens bijzondere omstandigheden.
De Raad oordeelde dat een geboorteaangifte geen aanvraag is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht en dat de Svb terecht uitging van de datum van de daadwerkelijke aanvraag in 2019. De beperking tot vijf jaar terugwerkende kracht is buitenwettelijk begunstigend beleid dat consistent is toegepast. Er waren geen bijzondere omstandigheden die een langere terugwerkende kracht rechtvaardigen.
De Raad bevestigde dat de rechterlijke toetsing beperkt is tot consistentie van het beleid en dat financiële aanspraken op grond van rechtszekerheid na vijf jaar niet afdwingbaar zijn, tenzij de wet anders bepaalt. Tevens is de bestuursrechter niet bevoegd om maatregelen te bevelen voor toekomstige gevallen. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat kinderbijslag terecht met een terugwerkende kracht van vijf jaar is toegekend en wijst het beroep van appellante af.