ECLI:NL:CRVB:2020:908
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening AOW-toeslag met beperkte terugwerkende kracht na wijziging geboortedatum echtgenote
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen de mate van terugwerkende kracht bij de herziening van zijn AOW-toeslag na wijziging van de geboortedatum van zijn echtgenote. De Sociale Verzekeringsbank (SVB) had de toeslag aangepast met terugwerkende kracht van één jaar, waarna in bezwaar deze periode werd uitgebreid tot vijf jaar met een toeslag van 88% van het maximale bedrag.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de SVB terecht de maximale terugwerkende kracht van vijf jaar had toegepast, conform beleidsregel SB1076. Appellant stelde in hoger beroep dat de terugwerkende kracht vanaf het moment van constatering van de fout had moeten gelden en dat huwelijkse tijdvakken onterecht niet volledig waren meegeteld.
De Raad oordeelde dat het niet aannemelijk was dat het eerdere verzoek van appellant eerder was ontvangen en dat de SVB terecht het beleid had gevolgd. De periode van niet-verzekerd zijn voor de AOW werd vastgesteld op zes jaar en acht maanden, waarbij de korting op de toeslag niet wijzigt door de betwiste periode. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de toeslag wordt herzien met een terugwerkende kracht van vijf jaar tot 88% van de maximale toeslag.