ECLI:NL:CRVB:2020:1337
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens schending inlichtingenplicht bij bijstandsverlening
Appellant ontving bijstand sinds 2013 en heeft op 28 oktober 2014 een bedrag van €10.200,- opgenomen bij het Holland Casino zonder dit te melden aan het college. Het college trok de bijstand in en vorderde terugbetaling van €8.439,58. Tevens werd een boete van €4.220 opgelegd wegens schending van de inlichtingenplicht.
De rechtbank stelde de boete bij tot €2.152,50, rekening houdend met een vrij te laten vermogen en normale verwijtbaarheid. Appellant voerde aan dat hij niet opzettelijk handelde en slechts tijdelijk geld voor een derde onder zich had, maar dit verweer werd verworpen.
De Raad oordeelde dat de inlichtingenplicht objectief is en dat appellant redelijkerwijs had moeten begrijpen dat melding noodzakelijk was. De overschrijding van de beslistermijn van negen maanden werd als termijn van orde beoordeeld en leidde niet tot matiging van de boete. De boete van €2.152,50 werd als evenredig bevestigd.
Uitkomst: De boete van €2.152,50 wegens schending van de inlichtingenplicht wordt bevestigd.