Uitspraak
17.1365 PW
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant vroeg bijzondere bijstand aan voor de kosten van medicinale cannabis, voorgeschreven voor pijnbestrijding. Het college wees de aanvraag af omdat de Zorgverzekeringswet (Zvw) als voorliggende voorziening geldt. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat medicinale cannabis geen geneesmiddel is en niet op de lijst van vergoede geneesmiddelen voorkomt, waardoor de Zvw niet van toepassing zou zijn.
De Raad oordeelde dat de Zvw als voorliggende voorziening geldt voor medische kosten, ook als medicinale cannabis niet op de vergoedingslijst staat. Dit is een bewuste keuze van de wetgever om deze kosten als niet noodzakelijk te beschouwen. Daarom kan bijzondere bijstand niet worden toegekend. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het verzoek om schadevergoeding af.
De uitspraak benadrukt dat het ontbreken van vergoeding binnen de Zvw niet leidt tot recht op bijzondere bijstand, zolang het middel binnen de reikwijdte van de Zvw valt. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: De afwijzing van bijzondere bijstand voor medicinale cannabis wordt bevestigd omdat de Zorgverzekeringswet als voorliggende voorziening geldt.