Uitspraak
17.3526 PW
OVERWEGINGEN
BESLISSING
in totaal € 170,- vergoedt;
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontvangt sinds 2010 aanvullende bijstand en was deels werkzaam bij verschillende restaurants. Hij maakte bezwaar tegen het volledig verrekenen van zijn inkomsten met de bijstand en verzocht om toepassing van een vrijlating van 25% van zijn inkomsten.
Het college wees dit bezwaar af omdat appellant niet voldeed aan de richtlijn die vereist dat de vrijlating alleen wordt toegepast indien volledige uitstroom uit de bijstand plaatsvindt. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Appellant stelde dat alle werkzaamheden bijdragen aan arbeidsinschakeling en dat de vrijlating bij aanvang van de werkzaamheden had moeten worden beoordeeld.
De Raad oordeelde dat de richtlijn van het college de grenzen van een redelijke wetsuitleg te buiten gaat door de vrijlating achteraf en alleen bij volledige uitstroom toe te passen. Toch is dit motiveringsgebrek gepasseerd omdat het besluit ook met correcte motivering tot dezelfde uitkomst zou leiden. De individuele beoordeling van arbeidsinschakeling en de beoordelingsvrijheid van het college zijn van belang. Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.