ECLI:NL:CRVB:2012:BY6572
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- W.H. Bel
- C.H. Bangma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-toepassing inkomensvrijlating bij verzwegen deeltijdarbeid in bijstand
In deze bestuursrechtelijke zaak staat centraal of de inkomensvrijlating uit artikel 31, tweede lid, aanhef en onder o, van de WWB ook van toepassing is wanneer een bijstandsontvanger inkomsten uit deeltijdarbeid verzwegen heeft. Appellante ontving bijstand en verzweeg inkomsten uit deeltijdarbeid, waarop het college het recht op bijstand introk en de bijstandskosten terugvorderde.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat het college de inkomensvrijlating terecht niet toepaste. De Raad overweegt dat artikel 31 WWB Pro het college beoordelingsruimte geeft om te bepalen of de inkomsten bijdragen aan arbeidsinschakeling. Het college hanteert een vaste gedragslijn waarbij het de inkomensvrijlating niet toepast als de belanghebbende deeltijdarbeid niet heeft gemeld.
Appellante betoogde dat de inkomensvrijlating ook bij verzwegen arbeid toegepast moet worden, verwijzend naar eerdere jurisprudentie onder de Abw. De Raad oordeelt echter dat de WWB een andere regeling kent dan de Abw, waarbij expliciete beoordelingsruimte is toegekend aan het college. De Raad bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de inkomensvrijlating niet geldt bij verzwegen deeltijdarbeid en wijst het hoger beroep af.