ECLI:NL:CRVB:2017:390
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens te late indiening beroepschrift in zaak intrekking bijstand
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam die het beroep tegen de intrekking en terugvordering van bijstand ongegrond verklaarde. De centrale vraag was of het hoger beroep tijdig was ingesteld. De termijn voor het indienen van het beroepschrift bedraagt zes weken vanaf de dag na verzending van de uitspraak.
De uitspraak werd op 25 juli 2016 aan partijen toegezonden, maar het beroepschrift werd pas op 14 september 2016 ontvangen, wat te laat is. Appellant voerde aan dat de overschrijding te wijten was aan de afwezigheid van zijn gemachtigde wegens vakantie en inadequaat handelen van deze gemachtigde.
De Raad oordeelde dat er geen wettelijke verplichting is voor de rechtbank om rekening te houden met vakantieperiodes en dat het handelen of nalaten van de gemachtigde voor risico van appellant komt. Bovendien had appellant vijf dagen voor het verstrijken van de termijn contact met zijn gemachtigde en had toen nog tijd om het beroepschrift in te dienen. De termijnoverschrijding is daarom niet verschoonbaar en het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening van het beroepschrift zonder verschoonbare reden.