ECLI:NL:RBAMS:2018:2391
Rechtbank Amsterdam
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen intrekking Ziektewet-uitkering wegens te late indiening
Eiser had bezwaar gemaakt tegen de intrekking van zijn Ziektewet-uitkering, maar dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het te laat was ingediend. Eiser voerde aan dat verweerder op de hoogte was van zijn vakantie en daarom het besluit niet had mogen verzenden, wat volgens hem de schijn van kwade opzet wekte.
De rechtbank oordeelde dat de eisers vakantie geen reden is om het bezwaar later in te dienen zonder dat iemand anders zijn post kon behandelen. De moeder van eiser kon dit niet vanwege taalbarrière, en eiser had zelf voor een ander moeten zorgen. Verweerder houdt geen rekening met vakanties bij het verzenden van besluiten, wat volgens jurisprudentie geoorloofd is.
De rechtbank concludeerde dat er geen verschoonbare reden was voor de late indiening en dat het beroep ongegrond is. Er was geen aanwijzing voor kwade opzet van verweerder en eiser had nog tijd gehad om een pro forma bezwaar in te dienen. Het beroep werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet-ontvankelijk verklaren van het bezwaar is ongegrond verklaard wegens te late indiening zonder verschoonbare reden.