ECLI:NL:CRVB:2017:3451
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Stehouwer
- W.F. Claessens
- M. Hillen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit kostendelersnorm bij bijstand wegens onvoldoende onderzoek woonplaats medebewoner
Appellant ontvangt bijstand volgens de norm voor een alleenstaande en woont op een adres waar volgens de basisregistratie personen (BRP) drie anderen zijn ingeschreven. Het college heeft de bijstand verlaagd op grond van de kostendelersnorm uit artikel 22a van de Participatiewet, omdat vier meerderjarige personen op hetzelfde adres zouden wonen.
Appellant voerde aan dat een van de medebewoners een commerciële huurovereenkomst had en dat een ander geen inkomen had, maar dit werd door de Raad verworpen. Wel stelde appellant dat een derde medebewoner het adres slechts als postadres gebruikte en er feitelijk niet woonde. Het college had dit niet onderzocht, terwijl het op grond van de Algemene wet bestuursrecht verplicht was dit te doen.
De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard, maar de Raad oordeelde dat het college het besluit niet zorgvuldig had voorbereid en vernietigde het besluit. De Raad droeg het college op een nieuw besluit te nemen en bepaalde dat tegen dat besluit alleen beroep bij de Raad kan worden ingesteld. Tevens werd het college veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit tot toepassing van de kostendelersnorm wordt vernietigd wegens onvoldoende onderzoek naar het feitelijk verblijf van een medebewoner.