ECLI:NL:RBDHA:2023:9158

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
14 juni 2023
Publicatiedatum
27 juni 2023
Zaaknummer
SGR 21/7824
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 19a PwArt. 4:84 AwbArt. 19 Pw
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toepassing kostendelersnorm bij bijstandsuitkering ondanks huurrelatie met bloed- en aanverwanten

Eiser vroeg op 11 juni 2021 een bijstandsuitkering aan op grond van de Participatiewet. Verweerder kende de uitkering toe met toepassing van de kostendelersnorm, omdat eiser bij zijn zus en zwager woont. Eiser betwistte dit en stelde dat sprake is van een commerciële huurrelatie en dat de toepassing van de kostendelersnorm hem onevenredig schaadt. Tevens deed hij een beroep op de hardheidsclausule van artikel 4:84 Awb Pro.

De rechtbank overwoog dat de kostendelersnorm ook geldt bij een huurrelatie met bloed- en aanverwanten in de tweede graad, zoals de zus en zwager van eiser. De vraag of er een commerciële huurprijs is, is dan niet relevant. Verweerder hoefde niet aannemelijk te maken dat huur werd betaald, omdat het aan het bijstandverlenend orgaan is om de feiten te onderzoeken.

De rechtbank wees het beroep af. De noodzaak voor eiser om bij zijn familie te wonen leidt niet tot een uitzondering op de kostendelersnorm. De hardheidsclausule is niet van toepassing omdat de norm rechtstreeks uit de Participatiewet volgt en niet op beleidsregels berust. Eiser krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.

Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de toepassing van de kostendelersnorm bij de bijstandsuitkering van eiser.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 21/7824

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 juni 2023 in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser

(gemachtigde: mr. M. Peelen),
en

het college van burgemeester en wethouders van Westland, verweerder

(gemachtigde: mr. I. Simons ).

Inleiding

Bij besluit van 15 juli 2021 (het primaire besluit) heeft verweerder eiser een bijstandsuitkering toegekend met toepassing van de kostendelersnorm.
Bij besluit van 12 augustus 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Partijen hebben aangegeven dat het beroep schriftelijk kan worden afgedaan. De rechtbank heeft vervolgens, omdat zij geen nadere vragen aan partijen had, het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1.1.
Eiser heeft op 11 juni 2021 een aanvraag ingediend voor een bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet (Pw).
1.2.
In het primaire besluit is de bijstandsuitkering aan eiser toegekend, met toepassing van de kostendelersnorm.
2. In het bestreden besluit is het primaire besluit gehandhaafd. Verweerder legt daaraan ten grondslag dat eiser niet heeft onderbouwd dat sprake is van een commerciële huurrelatie met zijn zus en zwager en dat daarom terecht de kostendelersnorm is toegepast. Eiser valt immers niet onder een van de toepassing van de kostendelersnorm uitgezonderde categorie, omdat sprake is van een huurconstructie met bloed- en aanverwant in de tweede graad als bedoeld in artikel 19a, eerste lid, onder b, van de Pw.
3. Eiser kan zich niet verenigen met het bestreden besluit. Hij voert aan dat verweerder ten onrechte de kostendelersnorm heeft toegepast. Er is voor hem geen andere optie is dan een kamer huren bij zijn zwager. Door toepassing van de kostendelersnorm is het voor eiser vrijwel onmogelijk om een andere woonruimte te kunnen vinden. Hierdoor wordt eiser onevenredig in zijn belangen geschaad. Tot slot stelt eiser dat de hardheidsclausule van artikel 4:84 van Pro de Algemene wet bestuursrecht dient te worden toegepast, omdat de beslissing van verweerder leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard. Hij stelt dat, gezien de bijzondere omstandigheden, ten gunste van eiser dient te worden afgeweken van de geldende bepalingen.

De beoordeling

4. De rechtbank komt tot de volgende beoordeling.
4.1.
Artikel 19a, eerste lid, onder b, van de Pw bepaalt dat onder kostendelende medebewoner wordt verstaan de persoon van 27 jaar of ouder die in dezelfde woning als de belanghebbende zijn hoofdverblijf heeft en niet op basis van een schriftelijke overeenkomst met de belanghebbende, waarbij een commerciële prijs is overeengekomen, als verhuurder, huurder, onderverhuurder, onderhuurder, kostgever of kostganger, niet zijnde een bloed- of aanverwant in de eerste of tweede graad van de belanghebbende, in dezelfde woning als de belanghebbende zijn hoofdverblijf heeft.
4.2.
Volgens vaste rechtspraak is het besluit tot toepassing van de kostendelersnorm een voor de betrokkene belastend besluit, waarbij het aan het bijstandverlenend orgaan is om de nodige kennis over de relevante feiten te vergaren. Dat betekent dat de last om aannemelijk te maken dat aan de voorwaarden voor toepassing van de kostendelersnorm is voldaan in beginsel op het bijstandverlenend orgaan rust. [1]
4.3.
Verweerder heeft bij de toekenning van de bijstandsuitkering aan eiser de kostendelersnorm toegepast, omdat eiser bij zijn zus en zwager woont. Verweerder stelt zich op het standpunt dat niet aannemelijk is gemaakt dat er ooit een huurprijs is voldaan. Evenmin is gebleken van enige (schriftelijke) aanmaning wegens het uitblijven van de huurbetaling. Wanneer al sprake zou zijn van een commerciële huurrelatie, dan geldt dat deze huurconstructie is aangegaan met een bloed- en aanverwantschap in de tweede graad, te weten de zus en zwager van eiser. Daarvoor geldt op basis van de Pw geen wettelijke uitzondering voor toepassing van de kostendelersnorm.
4.4.
Niet in geschil is dat eiser bij zijn zus en zwager woont. De vraag of sprake was van een commerciële huurprijs, is dan niet meer relevant. Zakelijke relaties tussen bloed- en aanverwanten in de eerste of tweede graad zijn namelijk niet uitgezonderd van toepassing van de kostendelersnorm. Dit volgt uit artikel 19a, eerste lid, onder b, van de Pw. Dit betekent dat, ook al zou in dit geval sprake zijn geweest van een commerciële huurprijs, de kostendelersnorm van toepassing is. [2]
4.5.
Het voorgaande betekent dat verweerder de zus en zwager van eiser terecht als kostendelende medebewoners heeft aangemerkt. Dat eiser noodgedwongen bij hen inwoont, omdat er anders geen andere woonruimte is voor eiser, leidt niet tot een ander oordeel. Volgens vaste jurisprudentie wordt bij de toepassing van de kostendelersnorm geen rekening gehouden met de redenen waarom men de woning deelt. [3] Artikel 4:84 van Pro de Algemene wet bestuursrecht is, anders dan eiser veronderstelt, niet van toepassing. De toepassing van de kostendelersnorm is immers niet gebaseerd op een beleidsregel, maar op artikel 19, eerste lid, van de Pw. Verweerder heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat de Pw hem geen beleidsruimte biedt om daarvan af te wijken.

Conclusie en gevolgen

5. Het beroep is ongegrond. Eiser krijgt geen gelijk. Dat betekent dat verweerder terecht de kostendelersnorm heeft toegepast. Eiser krijgt het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.J. van der Ven, rechter, in aanwezigheid van mr. L.Z. Meijer, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 14 juni 2023.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Zie bijvoorbeeld CRvB 10 oktober 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:3451.
2.Zie bijvoorbeeld CRvB 26 september 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:3298.
3.Zie bijvoorbeeld CRvB 1 november 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:3879.