ECLI:NL:RBDHA:2023:9158
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toepassing kostendelersnorm bij bijstandsuitkering ondanks huurrelatie met bloed- en aanverwanten
Eiser vroeg op 11 juni 2021 een bijstandsuitkering aan op grond van de Participatiewet. Verweerder kende de uitkering toe met toepassing van de kostendelersnorm, omdat eiser bij zijn zus en zwager woont. Eiser betwistte dit en stelde dat sprake is van een commerciële huurrelatie en dat de toepassing van de kostendelersnorm hem onevenredig schaadt. Tevens deed hij een beroep op de hardheidsclausule van artikel 4:84 Awb Pro.
De rechtbank overwoog dat de kostendelersnorm ook geldt bij een huurrelatie met bloed- en aanverwanten in de tweede graad, zoals de zus en zwager van eiser. De vraag of er een commerciële huurprijs is, is dan niet relevant. Verweerder hoefde niet aannemelijk te maken dat huur werd betaald, omdat het aan het bijstandverlenend orgaan is om de feiten te onderzoeken.
De rechtbank wees het beroep af. De noodzaak voor eiser om bij zijn familie te wonen leidt niet tot een uitzondering op de kostendelersnorm. De hardheidsclausule is niet van toepassing omdat de norm rechtstreeks uit de Participatiewet volgt en niet op beleidsregels berust. Eiser krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de toepassing van de kostendelersnorm bij de bijstandsuitkering van eiser.