ECLI:NL:CRVB:2017:1370
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep medeterugvordering bijstand wegens verzwegen gezamenlijke huishouding
Appellant werd medeverantwoordelijk gehouden voor terugvordering van bijstand die aan I was verleend, omdat zij een gezamenlijke huishouding voerden zonder dit te melden. De sociale recherche voerde uitgebreid onderzoek uit, waaronder observaties en doorzoekingen, wat leidde tot intrekking en terugvordering van bijstand.
De rechtbank had het beroep deels gegrond verklaard en de terugvordering beperkt tot de periode vanaf 1 januari 2007. De Raad oordeelt dat de gezamenlijke huishouding pas vanaf 1 mei 2010 voldoende is vastgesteld en vernietigt het besluit over de gehele periode. Het college moet een nieuwe berekening maken voor de periode 1 mei 2010 tot 31 mei 2012.
De Raad wijst de klachten over de procedure, onderzoeksbevoegdheden en bewijsvoering af. Ook wordt een schadevergoeding van €500 toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn. Het college wordt veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht wordt aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het besluit tot medeterugvordering wordt vernietigd en het college moet een nieuwe beslissing nemen over de periode vanaf 1 mei 2010; tevens wordt een schadevergoeding van € 500 toegekend wegens overschrijding redelijke termijn.