ECLI:NL:CRVB:2012:BY5790
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- E.J. Govaers
- H.D. Stout
- Rechtspraak.nl
Beoordeling gezamenlijke huishouding en medeterugvordering bijstand in hoger beroep
Appellante ontving bijstand vanaf 1998 en het college van burgemeester en wethouders van Roermond stelde na onderzoek vast dat appellante en appellant een gezamenlijke huishouding voerden, terwijl appellante dit niet had gemeld. Hierdoor werd de bijstand ingetrokken en teruggevorderd, mede van appellant.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellanten ongegrond. In hoger beroep betwistten appellanten het bestaan van een gezamenlijke huishouding. De Raad beoordeelde dit aan de hand van objectieve criteria, waaronder inschrijving, verklaringen van betrokkenen en getuigen, en bewijsstukken zoals facturen en verzekeringen.
De Raad concludeerde dat appellanten feitelijk samenwoonden en zorg droegen voor elkaar, wat een gezamenlijke huishouding vormt. De medeterugvordering van bijstand van appellant was daarom terecht. De hoger beroepen slaagden niet en de aangevallen uitspraken werden bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellanten een gezamenlijke huishouding voerden en verklaart de medeterugvordering van bijstand terecht.