ECLI:NL:CRVB:2012:BX9574
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- R.H.M. Roelofs
- H.D. Stout
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bevoegdheid tot brutering en medeterugvordering bij schending inlichtingenplicht WWB
De zaak betreft een hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank Utrecht over de terugvordering van bijstandskosten aan appellant en [M.], die samen een gezamenlijke huishouding voerden. Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht had de bijstand aan [M.] ingetrokken en de kosten van bijstand teruggevorderd, mede van appellant.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde eerder dat [M.] de inlichtingenplicht had geschonden, waardoor het college bevoegd was de terugvordering mede op appellant te richten. In dit hoger beroep betwist appellant de brutering van de terugvordering, stellende dat hem geen verwijt treft omdat de bijstand niet aan hem was toegekend en hij niet op de hoogte was.
De Raad stelt dat de bevoegdheid tot brutering niet kan worden uitgesloten omdat de vordering is ontstaan door toedoen van de betrokkene ([M.]). Het feit dat appellant mede terugvordering moet doen, volgt uit de wet en eerdere rechtspraak. Het beroep van appellant op eerdere uitspraken en het tijdstip van het besluit faalt. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van bijstandskosten mede op appellant bevestigd.