ECLI:NL:CRVB:2016:4809
Centrale Raad van Beroep
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter in hoger beroep sociale zekerheidszaak
Verzoekers hebben een wrakingsverzoek ingediend tegen rechter G.M.G. Hink die deel uitmaakt van de meervoudige kamer die hun hoger beroep behandelt. Zij stelden dat Hink niet onpartijdig zou zijn vanwege een eerdere uitspraak en een klachtprocedure tegen haar. De Raad overwoog dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn en dat eerdere uitspraken of ingediende klachten onvoldoende grond vormen voor wraking.
De Raad nam het wrakingsverzoek niet in behandeling voor een andere genoemde rechter die niet betrokken was bij de zaak. Verzoekers trokken het wrakingsverzoek tegen rechter J.L. Boxum in, zodat alleen het verzoek tegen Hink resteerde. De Raad wees het verzoek af omdat de feiten waarop het verzoek was gebaseerd niet tijdig waren ingediend en omdat er geen lopende klachtprocedure was tegen Hink.
De Raad concludeerde dat de vrees voor vooringenomenheid niet objectief gerechtvaardigd was en dat de onpartijdigheid van Hink niet was aangetast. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 13 december 2016.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen rechter G.M.G. Hink wordt afgewezen wegens gebrek aan objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid.