Verzoekster diende een verzoek om herziening in tegen een uitspraak van 31 maart 2016. Vervolgens verzocht zij om wraking van twee rechters die betrokken waren bij die eerdere uitspraak, stellende dat er sprake was van juridische dwalingen, onvolledige proces-verbalen en partijdig handelen.
De Raad overwoog dat wraking alleen kan worden toegewezen bij feiten of omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing vormen voor rechterlijke vooringenomenheid. Het enkele feit dat de rechters eerder een onwelgevallige uitspraak deden, vormt daarvoor geen grond. Ook de onvolledigheid van het proces-verbaal, de weigering tot verstrekking van geluidsopnamen, en procedurele beslissingen zoals het aanvankelijk afwijzen van een uitstelverzoek, rechtvaardigen geen wraking.
De Raad concludeerde dat de aangevoerde gronden onvoldoende zijn om de onpartijdigheid van de rechters in twijfel te trekken en wees het wrakingsverzoek af. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.