ECLI:NL:CRVB:2016:464
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep stelt aanspraak AWBZ-zorg voor betrokkene met syndroom van Down vast
Betrokkene, geboren in 2003 en met het syndroom van Down, was geïndiceerd voor verschillende functies binnen de AWBZ-zorg. Na bezwaar en herziening door het CIZ ontstond een geschil over de juiste omvang van de indicaties, met name voor Persoonlijke Verzorging en Begeleiding.
De voorzieningenrechter had het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk verklaard, maar het beroep tegen het tweede besluit gegrond verklaard en de indicatie voor Persoonlijke Verzorging verhoogd naar klasse 4. Zowel betrokkene als het CIZ gingen in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Raad oordeelt dat het CIZ ten onrechte een aftrek van één uur per etmaal toepaste en dat de indicatie voor Persoonlijke Verzorging op klasse 5 moet worden vastgesteld. Voor Begeleiding individueel wordt de indicatie vastgesteld op klasse 2, waarbij begeleiding op school alleen voor toezicht bij gedragsproblemen onder AWBZ valt. De indicatie voor Begeleiding groep blijft op klasse 2. Tevens worden de proceskosten deels toegewezen aan betrokkene.
De Raad vernietigt de eerdere uitspraak voor zover deze afwijkt van deze vaststellingen en treedt zelf in de zaak om de aanspraak op AWBZ-zorg definitief vast te stellen. Het verzoek om schadevergoeding en wettelijke rente wordt afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep stelt de aanspraak op AWBZ-zorg vast op hogere klassen en wijst het beroep van betrokkene toe.