ECLI:NL:CRVB:2013:BZ3923
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing indicatie persoonlijke verzorging en begeleiding zwemmen AWBZ
Appellant, geboren in 2003 met een bilaterale spastische paraparese, vroeg bij het CIZ een indicatie aan voor persoonlijke verzorging en begeleiding bij zwemmen. Het CIZ wees de aanvraag af omdat de benodigde zorg minder dan zeven uren bovengebruikelijke zorg per week betreft, die ouders zelf dienen te bieden volgens de Beleidsregels Indicatiestelling AWBZ 2011. Tevens werd begeleiding bij zwemmen niet als AWBZ-zorg erkend, tenzij het onderdeel is van een medisch revalidatietraject.
Appellant voerde aan dat het medisch onderzoek onvolledig was en dat er sprake was van overbelasting bij de moeder, wat niet was onderzocht. Ook stelde appellant dat zwemlessen gericht zijn op motorische verbetering en daarom onder AWBZ-zorg zouden moeten vallen. De Raad oordeelde dat het CIZ zorgvuldig onderzoek had gedaan, inclusief huisbezoek en overleg met artsen, en dat het ontbreken van informatie van de kinderneuroloog het onderzoek niet onzorgvuldig maakte.
De Raad stelde vast dat er geen aanwijzingen waren voor overbelasting van de moeder en dat appellant dit onvoldoende had onderbouwd. Het standpunt van het CIZ dat zwembegeleiding geen AWBZ-zorg is, werd onderschreven. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak van de rechtbank en wees het beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de aanvraag voor persoonlijke verzorging en begeleiding bij zwemmen onder de AWBZ.