ECLI:NL:CRVB:2016:2105
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om wraking van rechters in hoger beroep AWBZ-zaken
Verzoeker heeft in hoger beroep bezwaar gemaakt tegen beslissingen van het Centrum indicatiestelling zorg (CIZ) en stelde een wrakingsverzoek in tegen de behandelend rechters van de Centrale Raad van Beroep. Het wrakingsverzoek was gebaseerd op vermeende onpartijdigheid, omdat de Raad CIZ steunde en eerdere uitspraken ongunstig waren voor verzoeker.
De Raad overwoog dat wraking alleen kan worden toegewezen bij uitzonderlijke omstandigheden die een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid rechtvaardigen. Het feit dat rechters een eerdere onwelgevallige uitspraak deden, vormt daarvoor geen grond. Ook het stellen van vragen aan verzoeker werd als een normale taak van de rechter beschouwd en niet als aanwijzing voor partijdigheid.
Daarom wees de Raad het wrakingsverzoek af en zag geen reden voor proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door een andere kamer dan de gewraakte rechters en de beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 6 juni 2016.
Uitkomst: Het verzoek om wraking van de behandelend rechters wordt afgewezen wegens gebrek aan objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid.