Appellante was sinds 1999 ambtenaar bij de gemeente Zevenaar en kreeg in 2008 eervol ontslag wegens ongeschiktheid. Na diverse procedures werd het ontslag als rechtmatig beschouwd, waarbij een compensatie van €15.000,- werd toegekend voor het ontslag.
Appellante vorderde daarnaast vergoeding van materiële en immateriële schade voortvloeiend uit een rapport van organisatieadviseur B, dat subjectieve en onprofessionele diskwalificaties bevatte. Het college werd verweten zijn zorgplicht te hebben geschonden door het rapport te laten ontstaan en zich achter de inhoud te scharen zonder afstand te nemen.
De Raad oordeelde dat materiële schade niet aannemelijk was gemaakt los van het rechtmatig ontslag. Psychische schade werd niet bewezen, mede door gebrek aan objectiveerbare medische gegevens. Wel werd de reputatieschade erkend, aangezien het rapport binnen en buiten de organisatie bekend werd en de goede naam van appellante aantastte.
Het college had onvoldoende maatregelen getroffen om vertrouwelijkheid te waarborgen en had niet adequaat gereageerd op de negatieve kwalificaties. De Raad vernietigde het bestreden besluit voor zover het college niet aansprakelijk werd gehouden voor reputatieschade en bepaalde dat appellante recht heeft op een billijke vergoeding. Tevens werd appellante gerehabiliteerd.
Proceskosten werden deels toegewezen aan appellante.