Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellante was sinds 2010 werkzaam als lerares bij een onderwijsstichting en werd in 2016 ontslagen op grond van "andere redenen van gewichtige aard" vanwege een ernstig verstoorde arbeidsverhouding met het bestuur en de schoolleiding. Zij stelde jarenlang gepest te zijn en een onveilige werksituatie te ervaren, hetgeen zij niet aannemelijk kon maken.
De Raad nam het onderzoeksrapport van een door appellante ingeschakelde deskundige mee in de beoordeling, maar wees het af vanwege eenzijdigheid en gebrek aan objectiviteit. De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat de impasse vooral door de beschuldigende en eisende houding van appellante was veroorzaakt en dat het bestuur juist een de-escalerende houding had aangenomen.
De Raad oordeelde dat het bestuur bevoegd was het ontslag te geven en dat er geen grond was voor een aanvullende vergoeding, omdat de escalatie en impasse overwegend door appellante waren veroorzaakt. Het hoger beroep werd verworpen en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het ontslag van appellante wordt bevestigd en het verzoek om schadevergoeding wegens onrechtmatig ontslag wordt afgewezen.