Uitspraak
.
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraken 1 en 2;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant, werkzaam bij het Ministerie van Defensie sinds 2008, stelde dat de staatssecretaris tekort was geschoten in zijn zorgplicht, wat heeft geleid tot psychische schade. Na een langdurige periode van begeleiding, tijdelijke tewerkstelling en mediation, werd het verzoek om schadevergoeding door de staatssecretaris afgewezen en deze beslissing werd door de rechtbank bevestigd.
In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep het oordeel van de rechtbank onderschreven. De Raad stelde vast dat de staatssecretaris voldoende had aangetoond dat hij niet in zijn zorgplicht was tekortgeschoten. Er waren geen objectief vast te stellen buitensporige factoren in het werk of de werkomstandigheden die de psychische schade konden verklaren. Ook was er onvoldoende bewijs voor een oorzakelijk verband tussen het handelen van de staatssecretaris en de gestelde schade.
Daarnaast werd bevestigd dat appellant vanaf 4 december 2017 niet meer arbeidsongeschikt was en dat de beëindiging van de tijdelijke tewerkstelling en hervatting van het herplaatsingstraject gerechtvaardigd waren. Het verzoek om vergoeding van schade werd afgewezen en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.