ECLI:NL:CRVB:2015:33
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J. Kraan
- J.J.A. Kooijman
- B. Barentsen
- Rechtspraak.nl
Ontslag wegens ongeschiktheid voor functie bij gemeente Amsterdam bevestigd
Appellante was sinds 2002 werkzaam bij de gemeente Amsterdam en werd in 2009 ingeschaald in een functie op schaal 10, maar bleef functioneren op aanloopschaal 9. Het college bood haar een ontwikkelingstraject aan vanwege onvoldoende functioneren, dat zij accepteerde. Uit beoordelingen in 2011 bleek dat zij onvoldoende presteerde, met name op communicatie, professionaliteit en urenbeheer.
Het college besloot haar te ontslaan wegens ongeschiktheid, anders dan door ziekte of gebreken, en handhaafde dit besluit na bezwaar. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde. De Raad oordeelde dat ongeschiktheid moest blijken uit concrete gedragingen, wat het college aannemelijk had gemaakt met rapportages en beoordelingen.
Appellante voerde aan dat het ontslag voortkwam uit persoonlijke conflicten en dat haar ontwerpen werden uitgevoerd, maar deze bezwaren werden verworpen. Ook het argument dat de hele afdeling urenoverschrijdingen had, leidde niet tot anders. Het college had het recht te verlangen dat appellante haar functie op het vereiste niveau vervulde en het ontwikkelingstraject was bedoeld om haar functioneren te verbeteren.
De Raad concludeerde dat appellante onvoldoende had weersproken dat zij ongeschikt was en bevestigde het ontslagbesluit. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het ontslag van appellante wegens ongeschiktheid voor haar functie wordt bevestigd.