ECLI:NL:CRVB:2014:112
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.P.M. Zeijen
- W.F. Claessens
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Rechtspraak.nl
Bezwaar niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding bij intrekking bijstandsuitkering
Appellant ontving sinds 2005 een bijstandsuitkering. In november 2009 werd de bijstand over een eerdere periode ingetrokken en teruggevorderd. Dit besluit werd verzonden naar het laatst bekende uitkeringsadres. Appellant maakte pas in december 2011 bezwaar, ruim na de wettelijke termijn van zes weken.
Appellant voerde aan dat het besluit niet correct was bekendgemaakt omdat het dagelijks bestuur niet had onderzocht of hij nog op het uitkeringsadres woonde, terwijl hij sinds december 2008 in het buitenland verbleef. De Raad oordeelde dat het dagelijks bestuur mocht afgaan op de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens en dat het besluit op een andere geschikte wijze was bekendgemaakt.
De Raad stelde vast dat appellant verplicht was zijn vertrek naar het buitenland te melden, wat hij niet had gedaan. De termijn voor bezwaar begon te lopen bij verzending van het besluit in november 2009. Het te late bezwaar was niet verschoonbaar. De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar en verwierp het hoger beroep.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de intrekking van de bijstand is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdig indienen.