ECLI:NL:CRVB:2015:572
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet-ontvankelijkheid bezwaar bij bijstandsherziening wegens onduidelijke verzenddatum
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag herzag bij besluit van 16 augustus 2012 de bijstand over de periode 1 juli 1997 tot en met 31 mei 2007 en vorderde €147.644,16 terug. Appellant maakte op 17 oktober 2012 bezwaar tegen dit besluit. Het college verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens te late indiening. De rechtbank bevestigde dit.
In hoger beroep betoogde appellant dat het besluit later dan 16 augustus 2012 is ontvangen, waardoor het bezwaar tijdig was ingediend. De Raad oordeelde dat het college niet aannemelijk had gemaakt dat het besluit daadwerkelijk op of kort na 16 augustus 2012 was verzonden. De administratieve stukken toonden aan dat het besluit in het systeem was aangemaakt, maar niet dat het was geprint en verzonden. Het aantal aangemaakte brieven kwam niet overeen met het aantal aangeboden brieven aan PostNL, en het college kon niet aantonen dat het besluit conform de werkwijze was verzonden.
Daarom kon niet worden aangenomen dat de termijn voor bezwaar op 17 augustus 2012 was begonnen. Het bezwaar was dus tijdig ingediend. Het college had het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard en de rechtbank had dit niet onderkend. De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 29 oktober 2012 en droeg het college op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Tevens werd het college veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het besluit van 16 augustus 2012 is tijdig ingediend, het bestreden besluit wordt vernietigd en het college moet een nieuw besluit nemen.