ECLI:NL:CRVB:2014:100
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aanvraag bijzondere bijstand voor kosten beschermingsbewind bij te late indiening
Appellante heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor kosten van beschermingsbewind over 2010, maar deze aanvraag werd afgewezen omdat zij te laat was ingediend. De Raad bevestigt dat volgens vaste rechtspraak geen recht op bijzondere bijstand bestaat voor kosten die zijn gemaakt vóór de datum van aanvraag, tenzij bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen. In deze zaak zijn zulke omstandigheden niet aanwezig.
Het dagelijks bestuur hanteert beleidsregel 31, een buitenwettelijk begunstigend beleid dat aanvragen tot en met de tweede maand volgend op het kalenderjaar waarin de kosten zijn gemaakt, toestaat. Dit beleid is consistent toegepast en de Raad kan hier niet op afwijken. Appellante's betoog dat het bestuur ten gunste van haar had moeten afwijken, wordt verworpen.
Ook de stelling dat rechtsongelijkheid bestaat doordat andere bestuursorganen minder strikte termijnen hanteren, wordt afgewezen vanwege de gedecentraliseerde uitvoering van de WWB. De Raad concludeert dat het hoger beroep ongegrond is en bevestigt de eerdere uitspraak van de rechtbank Groningen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag bijzondere bijstand bevestigd.