ECLI:NL:CRVB:2019:233
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over beoordeling van volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid Wajong 2010
Betrokkene vroeg op grond van de Wajong 2010 ondersteuning aan vanwege een verstandelijke beperking met bijkomende psychische problematiek. Het UWV wees de aanvraag af omdat betrokkene volgens hen niet volledig en duurzaam arbeidsongeschikt was. De verzekeringsarts en arbeidsdeskundige van het UWV concludeerden dat betrokkene op termijn participatiemogelijkheden heeft, mede door mogelijke behandeling van schizofrenie.
De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en vernietigde het besluit, stellende dat het UWV het buitenwettelijk begunstigend overgangsbeleid consistent had toegepast en dat betrokkene volledig arbeidsongeschikt was. Het UWV stelde echter dat de beoordeling aan de hand van de Wajong 2010 moest plaatsvinden en dat de rechtbank het begrip duurzame arbeidsongeschiktheid verkeerd had uitgelegd.
De Raad oordeelt dat het begrip duurzame arbeidsongeschiktheid in de Wajong 2010 ook arbeid onder beschutte omstandigheden omvat. De verzekeringsarts had onvoldoende onderbouwd dat op de datum in geschil het blijvend ontbreken van arbeidsparticipatie kon worden vastgesteld, mede omdat hij onvoldoende overleg voerde met de behandelend sector. Ook de arbeidsdeskundige had een onvolledig onderzoek verricht.
Het besluit is daardoor onzorgvuldig voorbereid en onvoldoende gemotiveerd. De Raad draagt het UWV op binnen zes weken de gebreken te herstellen en in overleg te treden met de behandelend sector over het verloop en de herstelkansen van de behandeling.
Uitkomst: Het UWV wordt opgedragen het besluit te herstellen en in overleg te treden met de behandelend sector over herstelkansen.